Direct naar content gaan

Samenvatting

Erflater, overleden in 1996, was in 1987 op indirecte wijze via de vennootschappen X Beheer B.V. en F B.V. commanditair vennoot in een C.V. met een hoekmanbedrijf dat tevens als makelaar in effecten optrad. Er waren twee medevennoten. Erflater en zijn twee medevennoten zijn in 1985 met een niet in Nederland gevestigde ltd overeengekomen dat de ltd namens hen effectentransacties zou uitvoeren. Zij vonden plaats “in the name and the disposal” van de ltd maar voor rekening en risico van de drie vennoten.
De transacties hebben onder een codenaam plaatsgevonden op een rekening van een effectenbank in Nederland die werd gehouden door de ltd, maar in feite vanuit Zwitserland werd beheerd. De drie vennoten waren ieder voor 1/3 gerechtigd tot die rekening. Zij namen in 1987 in totaal fl. 388.500 in kas op.
Van dat bedrag heeft de inspecteur bij navorderingsaanslag van ieder van de vennoten één derde deel of fl. 129.500 met IB belast neerkomend op fl.77.700. De navorderingsaanslag was opgelegd met toepassing van de tot 12 jaar verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4 AWR ten aanzien van een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Staatssecretaris waarin hij betoogt dat voor de verlengde navorderingstermijn voldoende is dat een bankrekening wordt beheerd door een buitenlandse (rechts)persoon. De verlengde termijn is volgens de Hoge Raad slechts van toepassing op inkomsten die in het buitenland zijn verkregen of naar het buitenland zijn overgeboekt. Dat het om vorderingen op de Ltd zou gaan kan niet voor het eerst in cassatie aan de orde worden gesteld.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
1987
Instantie
HR
Datum instantie
13 augustus 2004
Rolnummer
39.287
ECLI
ECLI:NL:HR:2004:AQ6911
bwbr0002320&artikel=16&lid=4,bwbr0002672&artikel=25b&lid=4

Naar de bovenkant van de pagina