Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(24)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(5)
  • Recent(6)

X (gedaagde) bedient zich in het kader van zijn rol als gemachtigde in BPM-zaken al vele jaren van ernstig beledigend, kwetsend, grievend, intimiderend en bedreigend taalgebruik jegens medewerkers van de Belastingdienst. Dit doet hij in zijn correspondentie aan de Belastingdienst, in processtukken en mondeling ter zitting in diverse procedures tegen de Belastingdienst. Sommige medewerkers willen in een ander team werken, andere kampen met (ernstige) psychische klachten en in een enkel geval is een medewerker zelfs niet langer in staat om zijn werkzaamheden te verrichten. Een eerder opgelegd e-mailverbod, diverse waarschuwingen en weigeringen als gemachtigde op de voet van artikel 2:2 en 8:25 Awb hebben X niet weerhouden van zijn uitlatingen. Inmiddels is voor de Belastingdienst een grens bereikt. De Staat vordert daarom in een kort geding dat het X wordt verboden om zijn onrechtmatige uitlatingen te herhalen, op straffe van een dwangsom of lijfsdwang.

De voorzieningenrechter (Rechtbank Den Haag) acht sprake van een spoedeisend belang. De Staat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat eerdere weigeringen van X als gemachtigde niet het gewenste effect hebben gehad. Bovendien ziet de huidige vordering niet op een nieuwe weigering van X als gemachtigde in gerechtelijke procedures, maar alleen op zijn wijze van communicatie met de Belastingdienst.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitlatingen kwalificeren als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW, zowel jegens de Belastingdienst als tegen zijn individuele medewerkers. Er is daarom aanleiding voor de door de Staat gevorderde beperking van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting, dat is neergelegd in artikel 10 EVRM, aan de zijde van X.

Het wordt X, en/of anderen die onder zijn feitelijke leiding staan, verboden om bedreigende en beledigende uitlatingen aan het adres van individuele medewerkers van de Belastingdienst te doen. De voorzieningenrechter bepaalt dat X een dwangsom verbeurt van € 25.000 per keer voor iedere uitlating waarmee hij geheel of gedeeltelijk niet aan de veroordeling voldoet, tot een maximum van € 1.000.000.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2021 e.v.
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
20 december 2021
Rolnummer
C/09/619267 / KG ZA 21/978
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:14043
Auteur(s)
Nick van den Hoek
Jaeger Advocaten-belastingkundigen
NLF-nummer
NLF 2022/0113
Aflevering
13 januari 2022
Judoreg
NFB4756
bwbv0001000&artikel=10,bwbr0005537&artikel=2:2,bwbr0005537&artikel=8:25

X