Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(10)
  • Commentaar NLFiscaal(2)
  • Literatuur(5)
  • Recent(2)

X (belanghebbende) is voormalig registeraccountant en werkte tot zijn 65e bij accountantskantoor Z. Na zijn pensionering heeft X middels zijn bv een aangiftepraktijk geëxploiteerd en daarin onder andere de jaarrekeningen voor de partners van Z en hun levenspartners opgesteld. X beschikt over een beconnummer. In 2015 heeft X de activiteiten van de bv voortgezet als eenmanszaak. Hierbij is een bedrag van € 30.000 aan de bv betaald voor overname van de activiteiten/klanten (goodwill). Dit bedrag aan goodwill heeft X geactiveerd op de fiscale balans van zijn eenmanszaak en in drie jaar (2015-2017) afgeschreven. De Inspecteur heeft dit met navorderingsaanslagen gecorrigeerd. Voorts zijn huisvestingskosten gecorrigeerd en zijn vergrijpboetes opgelegd. X heeft beroep ingesteld.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de geactiveerde goodwill zakelijke goodwill betreft en dat de levensduur van dit activum niet afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden van X. Afwaardering van de goodwill naar een lagere bedrijfswaarde kan ook gelet op het bepaalde van artikel 3.29c Wet IB 2001 niet aan de orde zijn geweest. De door X gestelde omstandigheden (leeftijd, ziekte) waren immers reeds bekend ten tijde van de aanschaf van de goodwill in 2015. X heeft de goodwill tegen te hoge bedragen afgeschreven. Dit is terecht gecorrigeerd. Ook de huisvestingskosten zijn terecht gecorrigeerd, omdat geen sprake is van een kwalificerende werkruimte in de zin van artikel 3.16, lid 1, Wet IB 2001. De Rechtbank acht voorts sprake van een nieuw feit om na te vorderen. De navorderingsaanslagen blijven in stand.

Het is in casu niet verdedigbaar om voor de goodwill uit te gaan van een kortere levensduur of een hoger afschrijvingspercentage dan 10%, zodat ter zake van de afschrijving of afwaardering in drie jaar geen sprake is van een pleitbaar standpunt. Er is sprake van grove schuld. Ook ten aanzien van de in aftrek gebrachte huisvestingskosten is op zijn minst het verwijt van grove schuld op zijn plaats. De vergrijpboetes zijn passend en geboden, maar worden wel gematigd wegens undue delay.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2015-2017
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
26 januari 2022
Rolnummer
20/3866; 20/3867; 20/3868
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:3447
NLF-nummer
NLF 2022/0888
Aflevering
5 mei 2022
bwbr0011353&artikel=3.16&lid=1,bwbr0011353&artikel=3.16&lid=1,bwbr0011353&artikel=3.29c,bwbr0011353&artikel=3.29c

X