Direct naar content gaan

Samenvatting

Bij Hof Amsterdam is in hoger beroep in geschil of Rechtbank Noord-Holland het beroep van X (belanghebbende) inzake een WOZ-beschikking terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Rechtbank acht niet aannemelijk gemaakt dat het beroep tijdig is ingediend.

De gemachtigde heeft in hoger beroep een verzendbewijs overgelegd waaruit de geslaagde verzending per fax van het beroepschrift blijkt op 6 augustus 2020 (12.50 uur). De gemachtigde heeft hierbij opgemerkt dat de Rechtbank niet heeft verzocht om een verzendbewijs. Het was geen enkel probleem geweest om deze te verstrekken, aldus de gemachtigde.

Het Hof verwerpt het standpunt van de Heffingsambtenaar dat het in hoger beroep niet meer is toegestaan om alsnog bewijs bij te brengen van de tijdige indiening van het beroepschrift. Het Hof oordeelt dat X met het verzendbewijs aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift tijdig per fax is ingediend. Indien het faxbericht niet door de Rechtbank is ontvangen mocht X redelijkerwijs uitgaan van de tijdige indiening per fax van het beroepschrift, zodat de termijnoverschrijding (met één dag) van het vervolgens per post verzonden beroepschrift verschoonbaar moet worden geacht.

De zaak wordt teruggewezen naar de Rechtbank.

Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding omdat de noodzaak tot het instellen van hoger beroep uitsluitend is te wijten aan de handelwijze van de gemachtigde.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
6 september 2022
Rolnummer
21/00538
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3240
NLF-nummer
NLF 2022/2303
Aflevering
24 november 2022
bwbr0005537&artikel=6:7,bwbr0005537&artikel=6:7,bwbr0005537&artikel=8:75,bwbr0005537&artikel=8:75

Naar de bovenkant van de pagina