Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(807)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(14)

X (belanghebbende) is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak. De onroerende zaak, met als bouwjaar 1966, betreft een voormalig kerkgebouw. Het omvat onder meer een ontvangstruimte, keuken, toiletten, kantoorruimte, vergaderruimte en drie zalen.


In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildata 1 januari 2015, 1 januari 2016, 1 januari 2017 en 1 januari 2018.


Rechtbank Oost-Brabant verwerpt het standpunt van X dat de onroerende zaak als samenstel met adres 1 (een woongedeelte) gewaardeerd moet worden. Wel heeft de Heffingsambtenaar het object onjuist afgebakend. De opslag behoort niet tot het object. De Rechtbank past de afbakening van het object zodanig aan dat de aanslag nog slechts betrekking heeft op één – op de juiste wijze afgebakend – belastingobject (zonder de opslag). Dit heeft geen consequenties voor de waarde omdat bij de gezamenlijke verkoop van adres 1 en de onroerende zaak aan X de waarde van de opslag aan adres 1 is toegerekend en dus niet is betrokken bij die van de onroerende zaak.


Uit de door X overgelegde gegevens blijkt niet, mede gelet op wat daartegen door de Heffingsambtenaar is aangevoerd, dat de onroerende zaak voor ten minste 70% voor de openbare eredienst wordt gebruikt. De waarderingsuitzondering voor kerken is daarom niet van toepassing.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2016-2019
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum instantie
8 oktober 2021
Rolnummer
20/692;21/1415;21/1416;21/1417
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2021:5258
NLF-nummer
NLF 2021/2152
Aflevering
11 november 2021
bwbr0007119&artikel=16,bwbr0007119&artikel=17,bwbr0007119&artikel=18&lid=4

X