Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(5)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(14)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(5)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

X (belanghebbende) en A zijn vennoten in een vof. De Ontvanger heeft op 28 november 2018 tegen X acht dwangbevelen ter versnelde invordering van navorderingsaanslagen IB/PVV ten bedrage van in totaal € 1.772.758 uitgevaardigd. Voorts is op het dwangbevel vermeld ‘Tot nu toe verschuldigde kosten van vervolging: € 0,00’.


Bij exploot heeft de belastingdeurwaarder deze dwangbevelen op 28 november 2018 om 09.45 uur betekend. In het exploot van de belastingdeurwaarder is vermeld dat de betekeningskosten € 12.197 belopen met de vermelding ‘Als u de schuld binnen 2 dagen betaalt dan bent u de betekeningskosten niet verschuldigd’.


Bij Hof Arnhem-Leeuwarden was in geschil of de kosten rechtsgeldig in rekening waren gebracht.


Het Hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord.


Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad verklaart dit ongegrond. De opvatting dat de kosten van het dwangbevel alleen rechtsgeldig in rekening kunnen worden gebracht door vermelding van die kosten in het dwangbevel zelf, vindt geen steun in het recht. Het niet vermelden van de kosten op het dwangbevel heeft wel tot gevolg dat een executoriale titel voor de invordering van die kosten ontbreekt. De Ontvanger zal dan de (dwang)invordering van de in rekening gebrachte kosten separaat ter hand moeten nemen.

Rubriek(en)
Invordering
Belastingtijdvak
2018
Instantie
HR
Datum instantie
5 november 2021
Rolnummer
20/03338
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1510
NLF-nummer
NLF 2021/2168
Aflevering
18 november 2021
bwbr0002645&artikel=7,bwbr0004770&artikel=10,bwbr0004770&artikel=15,bwbr0005537&artikel=4:122,bwbr0005537&artikel=4:123

X