Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 1946 aangegeven dat de omvang van de waarde in de nalatenschap van zijn vader nog niet bekend was. Hij heeft bedragen van fl. 400.000 en fl. 200.000 aangegeven en daarbij vermeld dat de aangifte mogelijk nog zal worden aangevuld. Toen hem dat bekend werd, heeft de Inspecteur geen verdere inlichtingen bij X ingewonnen en een onderzoek, maar aan hem een navorderingsaanslag opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat er geen sprake is geweest van een nieuw feit. Toen de Inspecteur besloot de aangifte te volgen, had hij moeten vermoeden dat hij waarschijnlijk te weinig belasting zou heffen. Dit is een feitelijke beslissing die niet tot cassatieberoep kan leiden. De zaak is terugverwezen naar de Raad van Beroep.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
1946
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
25 februari 1953
Rolnummer
11.200
ECLI
ECLI:NL:HR:1953:AY3207
bwbr0002320&artikel=16

Naar de bovenkant van de pagina