Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(177)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(25)

Op 26 september 2021 om 14.10 uur heeft X in verband met familiebezoek zijn auto geparkeerd in Zwolle. Om 14.12 uur constateerde een scanauto dat niet aan de aangifteverplichting voor parkeerbelasting was voldaan. Vervolgens heeft de parkeercontroleur dit bevestigd en om 14.16 uur een naheffingsaanslag parkeerbelasting uitgeschreven voor een bedrag van € 67,30, waarvan € 65,30 als sanctiebedrag en € 2 aan tariefkosten. Om 14.24 uur is voor de auto een bezoekersvergunning geactiveerd.

X heeft beroep ingesteld en Rechtbank Overijssel verklaart dat gegrond.

De Rechtbank berekent dat de door de Heffingsambtenaar gederfde belastingopbrengst ten hoogste 9 (minuten) × 3,3 cent = € 0,30 heeft bedragen, uitgaande van een redelijke termijn van 5 minuten om parkeerbelasting te voldoen. Indien ervan zou worden uitgegaan dat voor het voldoen aan de belastingplicht in het onderhavige geval een langere periode redelijk zou zijn, is dat bedrag nog (veel) lager.

Het bij de in bezwaar gehandhaafde naheffingsaanslag aan X opgelegde bedrag is ruim 224 maal de door de Heffingsambtenaar gederfde belasting. Een dergelijke wanverhouding tussen enerzijds de als handhaving van de wet- en regelgeving beoogde, reparatoire sanctie en anderzijds de negatieve gevolgen van het te corrigeren gedrag van de burger overschrijdt naar het oordeel van de Rechtbank alle grenzen van evenredigheid.

De Rechtbank voorziet zelf in de zaak door, gelet op alle omstandigheden, het bedrag van de naheffingsaanslag en de gemaakte kosten gezamenlijk vast te stellen op € 15.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2021
Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum instantie
23 december 2021
Rolnummer
21/1609
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:4837
NLF-nummer
NLF 2022/0077
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0005416&artikel=225

X