Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(52)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(3)

X (belanghebbende) heeft op 5 mei 1994 een recht van erfpacht verkregen van een kavel en daaraan gekoppeld een recht van opstal. Op de kavel heeft X een recreatiewoning laten bouwen. In de akte van vestiging is bepaald dat het recht van erfpacht op 31 december 2019 eindigt. Ook is in de akte van vestiging bepaald dat X na het einde van het recht van erfpacht recht heeft op een vergoeding voor de waarde van de recreatiewoning, omdat de eigenaar van de grond door verticale natrekking eigenaar wordt van de recreatiewoning.


X heeft eind december 2019 de recreatiewoning ontruimd. In dezelfde periode heeft hij met de eigenaar van de grond gesproken over de waarde die de recreatiewoning vertegenwoordigt. Zij hebben geen overeenstemming bereikt. Ter zekerheid van het incasseren van zijn vordering tot vergoeding van de waarde van de recreatiewoning heeft X zich beroepen op het hem toekomende retentierecht. X heeft het retentierecht ingeschreven in het Kadaster.


In geschil is of de Heffingsambtenaar aan X voor het jaar 2020 terecht een aanslag OZB heeft opgelegd.


Rechtbank Gelderland oordeelt dat het uitoefenen van zijn retentierecht er niet toe leidt dat X op 1 januari 2020 het genot van de recreatiewoning heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De aanslag wordt vernietigd.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
29 september 2021
Rolnummer
20/4628
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:5166
NLF-nummer
NLF 2021/2106
Aflevering
4 november 2021
bwbr0005416&artikel=220

X