Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(41)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(4)
  • Recent(15)

X (belanghebbende), gevestigd te Bonaire, exploiteert een appartementencomplex.


Bij Landsbesluit van 11 mei 2009 zijn aan X twee tax holidays toegekend, onder meer inhoudende een vrijstelling van grond- en winstbelasting voor de duur van zeven jaar, respectievelijk vijf jaar te rekenen vanaf respectievelijk 1 januari 2008 en 1 januari 2007.


Vanaf 1 januari 2011 is een nieuw fiscaal stelsel in werking getreden en wordt op Bonaire geen grond- en winstbelasting meer geheven. Aan X zijn voor de jaren 2011 en 2012 aanslagen in de vastgoedbelasting en de eilandelijke opcenten opgelegd naar het reguliere tarief van 15 procent.


Voor het GHvJ was onder meer in geschil of het expireren van de tax-holidayregelingen in strijd is met artikel 1 EP.


Het GHvJ heeft onder meer geoordeeld dat X onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij is getroffen door een buitensporige last. Daartoe heeft het Hof overwogen dat niet alleen gekeken moet worden naar de winstbelasting die in de onderhavige jaren (tot de afloop van de tax-holidayregelingen) geheven zou worden, maar ook naar latere jaren waarin het project wordt verkocht of geëxploiteerd. Pas dan kan de balans worden opgemaakt en pas dan wordt inzichtelijk wat de eventuele winst is geweest waarover niet wordt geheven na de invoering van de vastgoedbelasting en de eilandelijke opcenten, terwijl winstbelasting zou zijn geheven als de nieuwe wettelijke regelingen niet zouden zijn geïntroduceerd.


X betoogt in cassatie dat het GHvJ de fair-balancetoets onjuist heeft toegepast door ook toekomstige omstandigheden mee te wegen.


De Hoge Raad oordeelt evenwel dat het GHvJ er terecht van uit is gegaan dat bij de beantwoording van de vraag of de toepassing van een nieuwe wettelijke regeling leidt tot een schending van artikel 1 EP, ook betekenis toekomt aan de gevolgen die voor de belastingplichtige in latere jaren aan deze toepassing zijn verbonden. Het cassatieberoep is ongegrond.

Rubriek(en)
Heffingen Caribisch Koninkrijk
Belastingtijdvak
2011-2012
Instantie
HR
Datum instantie
19 november 2021
Rolnummer
20/01785
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1718
Auteur(s)
Jeroen Adeler
Ministerie van Financiën
bwbv0001001&artikel=1

X