Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) woonde in 2016 gedurende het gehele jaar in Duitsland. Hij woonde in een woning in Duitsland die beoordeeld naar de Nederlandse maatstaven zou zijn aan te merken als eigen woning. X dreef in dit jaar een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. De ondernemingsactiviteiten bestonden uit fiscaal advieswerk. Tot 12 augustus 2006 was X werkzaam als advocaat.

In deze procedure is de aan X opgelegde aanslag IB/PVV 2016 in geschil.

Hof Den Bosch oordeelt dat X geen (nagekomen) bedrijfslast in aanmerking kan nemen in verband met de aansprakelijkstelling voor in het verleden ten onrechte onttrokken gelden aan een derdengeldenrekening van zijn toenmalige advocatenpraktijk. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitgaven die voortvloeien uit de aansprakelijkstelling zijn gedaan met het oog op de zakelijke belangen van zijn onderneming.

Het Hof oordeelt verder dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat uitgaven voor de tandarts in 2016 zijn gedaan met het oog op zijn ondernemingsuitoefening.

X heeft als buitenlands belastingplichtige geen recht op aftrek van de negatieve inkomsten uit eigen woning dan wel de aftrek van specifieke zorgkosten. Hij maakt niet aannemelijk dat in zijn woonstaat Duitsland geen rekening zou kunnen worden gehouden met zijn persoonlijke en gezinssituatie. Het beroep op het EU-recht faalt.

X komt ten slotte tevergeefs op tegen de heffing in Nederland over de in 2016 genoten Anw-uitkering en een weduwnaarspensioen.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
30 december 2021
Rolnummer
20/00648
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:3899

X