Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(8)
  • Commentaar NLFiscaal(6)
  • Literatuur(2)
  • Recent(3)

In 2014 is aan X (belanghebbende) de mogelijkheid geboden om deel te nemen aan een managementparticipatieplan dat de werkgever aanbood. Het doel was de werknemers aan de werkgever te binden, omdat het de werkgever – actief in de modebusiness – niet voor de wind ging.


Daartoe kocht X op 22 april 2014 voor € 630.000 twee soorten certificaten van aandelen in zijn werkgever. In december 2014 is de waarde van deze certificaten gedaald naar € 1. In zijn aangifte IB/PVV 2014 heeft X negatieve inkomsten uit lucratief belang geclaimd van € 629.999.


Volgens Rechtbank Gelderland is geen sprake van een lucratief belang op grond van artikel 3.92b, lid 2, dan wel lid 4, Wet IB 2001. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat het belang van X aan de criteria voor toepassing van de vangnetbepaling van artikel 3.92b, lid 4, Wet IB 2001 voldoet. Er is sprake is van een situatie van aandelen waarmee rendementen kunnen worden behaald die in geen verhouding staan tot het geïnvesteerde kapitaal en/of het feitelijk op de investering gelopen risico.


Tegen dit oordeel heeft de staatssecretaris cassatieberoep ingesteld en heeft X incidenteel cassatieberoep ingesteld.


Volgens A-G Niessen is het cassatieberoep van de staatssecretaris gegrond en is het incidenteel cassatieberoep van X ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
A-G
Datum instantie
4 oktober 2021
Rolnummer
20/04413
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:926
bwbr0011353&artikel=3.92b

X