Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(30)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(4)

X (verzoekster) heeft verzocht om herziening van een wrakingsbeslissing, uitgesproken op 20 november 2020 door de wrakingskamer (vierde kamer) van de Hoge Raad (20 november 2020, 20/00518 en 20/00519, ECLI:NL:HR:2020:1861, NLF 2020/2611, met noot van Hennevelt).

X had ex artikel 8:15 Awb verzoeken gedaan tot wraking van de raadsheren R.J. Koopman, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout. Het wrakingsverzoek is afgewezen.

Artikel 8:18, lid 5, Awb bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek om wraking geen rechtsmiddel openstaat. Deze bepaling is op grond van artikel 29 AWR van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroep in cassatie in belastingzaken, dus ook op de beslissing van de Hoge Raad op een verzoek om wraking van een of meer leden van de Hoge Raad in een belastingzaak.

Ook artikel 8:119 Awb, dat voorziet in het bijzondere rechtsmiddel van herziening, is op grond van artikel 29 AWR van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroep in cassatie in belastingzaken.

In dit geval kan in het midden blijven of en, zo ja, onder welke voorwaarden het bijzondere rechtsmiddel van herziening van artikel 8:119 Awb kan worden aangewend tegen een beslissing van de Hoge Raad op een verzoek om wraking van een of meer leden van de Hoge Raad in een belastingzaak, en welke betekenis in dit verband toekomt aan artikel 8:18, lid 5, Awb.

Hetgeen X ten grondslag heeft gelegd aan haar verzoek om herziening betreft onmiskenbaar geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, Awb, dat wil zeggen feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van de vierde kamer van de Hoge Raad, en die bij X vóór die uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn.

De Hoge Raad wijst het verzoek om herziening daarom af.

A-G IJzerman heeft geconcludeerd tot afwijzing van het herzieningsverzoek (Conclusie van 28 september 2021, 21/01832, ECLI:NL:PHR:2021:1220). Hij heeft daarbij primair bepleit dat artikel 8:18, lid 5, Awb niet van toepassing is op een herzieningsverzoek gericht tegen een wrakingsbeslissing genomen door de Hoge Raad.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2020
Instantie
HR
Datum instantie
24 december 2021
Rolnummer
21/01832
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1973
Auteur(s)
Michiel Hennevelt
Hof Arnhem-Leeuwarden
NLF-nummer
NLF 2022/0011
Aflevering
6 januari 2022
Judoreg
NFB4732
bwbr0005537&artikel=8:18,bwbr0005537&artikel=8:119

X