Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(61)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(4)

Aan X (belanghebbende) is over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 8 december 2017 een naheffingsaanslag MRB opgelegd van € 6.835 en een boetebeschikking van € 5.278. Reden hiervoor is dat de politie op 9 december 2017 heeft geconstateerd dat zij met een auto met Tsjechisch kenteken van de weg in Nederland gebruikmaakte.


Omdat X ten tijde van de constatering stond ingeschreven in de (Nederlandse) BRP, wordt zij behoudens tegenbewijs geacht op dat moment in Nederland haar hoofdverblijf te hebben gehad.


X heeft onder meer verklaard dat zij gewoonlijk in haar eigen huis in Tsjechië verbleef, alwaar zij de zorg op zich nam voor haar zieke ouders, en een keer of vier per jaar voor een periode van ongeveer twee weken naar Nederland kwam voor een bezoek aan Nederlandse vrienden en haar echtgenoot, met wie zij een relatie op vriendschappelijk niveau (niet zijnde een klassieke man-vrouwrelatie) onderhoudt.


Volgens Hof Amsterdam heeft X hiermee aannemelijk gemaakt dat zij op 9 december 2017 haar hoofdverblijf in Tsjechië had. X heeft het vereiste tegenbewijs geleverd. De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd. Het Hof veroordeelt de Inspecteur voorts in de proceskosten tot een bedrag van € 3.366.

Rubriek(en)
Autobelastingen
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
1 januari 2013 t/m 8 december 2017
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
19 oktober 2021
Rolnummer
20/00394
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3632
bwbr0006324&artikel=34,bwbr0006324&artikel=37

X