Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Mauritius is al decennialang een schakelparadijs (CPB-lingo) of belastingparadijs (Oxfam-jargon).


Volgens Paul de Haan wordt het tijd dat ontwikkelingslanden ophouden zichzelf in de voet en erger te schieten door ten koste van alles investeringen binnen te slepen. Investeerders moeten inmiddels met courante antimisbruikbepalingen om kunnen gaan en Afrikaanse landen kunnen samenwerken om een vuist te maken tegen het epidemische verdragsmisbruik. Mauritius heeft talloze extreem ‘makkelijke’ verdragen kunnen afsluiten met Afrikaanse landen. Mauritius is daardoor een horzel voor zo goed als het hele continent.

I like to spend some time in Mozambique (Bob Dylan) Will, Thiel en Trump

In de New York Times – van ik dacht 26 juli – schrijft Peter Thiel (medeoprichter van PayPal en overtuigd Trump-supporter) dat Silicon Valley en Wall Street ‘are content to focus on their own profits and ignore the bigger picture’. Het heeft iets huilerigs: ‘Trump en ik kijken veel verder dan onze neus lang is, maar die boeven uit de Valley en Money Street kijken alleen naar hun eigen winsten.’ Washington Post-columnist George Will noemde dat in een recente podcast van The Economist (12 juli 2019) treffend cry baby conservatism (‘huilebalk-conservatisme’).

Toezicht en handvatten

Om al die eigenbelangen – welbegrepen of niet – enigszins in het gareel te houden hebben we systemen en toezicht op die systemen met mensen en organisaties. Over dat laatste aspect schreef Hermans (aan Gerard Reve): ‘Het werk dat ik moet doen bestaat uit toezicht houden, dat is dus niets doen.’1

De Nederlandsche Bank (DNB) is als toezichthouder daarentegen erg druk met het aanreiken van handvatten. In een recent handvat-aanreikend advies bepaalt de toezichthouder het uitgangspunt: ‘Financiële instellingen, waaronder banken, spelen als poortwachter van het Nederlandse financiële systeem een belangrijke rol bij het tegengaan van belastingontduiking en -ontwijking.’2

Het kwam vrij recent nog aan de orde in de parlementaire mini-enquête.3 Commissielid Bruins stelde het toezicht op de trustsector aan de orde en rekende tijdens de ondervraging de DNB-vertegenwoordiger voor: ‘Dat betekent dat u in een jaar met twaalf fulltimers alle trustkantoren langs kunt gaan en daar met de duo’s twaalf werkdagen binnen kunt zijn, dus met per duo zes werkdagen kunt u alle trustkantoren één keer per jaar bezoeken. Waarom gebeurt dat niet?’ Daar kwam niet echt een antwoord op; wel dat men nog niet zo lang, pas veertien jaar (OMG!!! PdH) bezig was met dit specifieke toezicht en dat men – uiteraard – meer regelgeving en bevoegdheden nodig had, want het huidige instrumentarium was ontoereikend. Maar een toezichthouder die gezag wil hebben, moet eens in de zoveel tijd toch zijn kantoortje uit, de loopgraven in en zijn tanden laten zien, lijkt me zo. Dat laat onverlet dat banken en trustkantoren opzadelen met het signaleren van agressieve taxplanning een ondoenlijke opgave is. Het is toezicht houden met de populistische onderbuik. Juist deze week (7 augustus) rapporteert het FD (Laurens Berentsen, actueel en relevant als altijd) over de onvrede van banken met de knullige handreikingen van DNB. Het is een gevaarlijke weg om ontduiking en ontwijking op een hoop te gooien. Het is een heilloze weg om niet-gedefinieerde, trendgevoelige en diffuse begrippen (agressieve taxplanning) als soort van delictomschrijving aan te houden bij het bepalen van fiscale integriteitsrisico’s. Wat niet bekend is, neemt men niet waar. Of om met Ollie B. Bommel te spreken: ‘Het moet gezegd worden dat het niet zien van niks ook niet alles is.’

Pak de financiële sector hard aan, maar niet met dit soort quasipopulaire beleidsuitingen. Neem het advies van Kamerlid Bruins ter harte: zoek de loopgraven op, ga de officierstenten in en houd het hoofdkwartier aansprakelijk voor eventueel wangedrag.

Trouw, FMO en Mozambique

Het Mozambique-dossier is een treffende illustratie van het voorgaande.

Op 24 juli kopt Trouw: ‘FMO financiert belastingontwijking via Mauritius’. Het is gebaseerd op geheime belastingdocumenten gelekt uit Mauritus naar het vermaarde International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), waar Trouw deel van uitmaakt. De Mauritius Leaks leggen – zo zegt Trouw – een nieuw belastingparadijs bloot, Mauritius. Trouw licht het als volgt toe: ‘Kenmare (klein Iers beursfonds, PdH) exploiteert in Mozambique de grootste titaniummijn ter wereld, maar draagt daar nauwelijks belasting af, blijkt uit de Mauritius Leaks. Die gunstige regeling kreeg het bedrijf indertijd omdat het land economisch aan de grond zat. Wel betaalt het bedrijf jaarlijks vergoedingen over het gewonnen titanium in de vorm van royalty’s en licenties. De Nederlandse bank FMO verstrekte vanaf 2004 leningen aan Kenmare en nam aandelenparticipaties in het bedrijf ter waarde van zeker 44 miljoen euro.’

FMO heeft bij monde van haar tax manager Yvonne Bol, aan de krant laten weten dat het nauwelijks te voorkomen is om via belastingparadijzen te investeren of financieren. Volgens de ontwikkelingsbank wordt het thema ‘belastingen’ de laatste jaren wel steeds belangrijker bij de beoordeling van een eventuele financiering. ’Het uitgangspunt is dat we niet willen meewerken aan winstverschuiving door bedrijven naar belastingparadijzen’, verklaart Bol.4

Het is zeer te prijzen dat Trouw hier aandacht schenkt en eveneens zeer prijzenswaardig dat de bedrijfsfiscalist (Bol) van FMO zelf inhoudelijk reageert op dit verhaal en goddank geen perswoordvoerder die het ‘wij herkennen ons niet in het beeld’ in de mond bestorven ligt. Bol heeft een punt dat het ondoenlijk is om als financier iedere aanraking met iedere tax haven overal en altijd te vermijden. Ik heb me wel eens door iemand laten vertellen dat een belangrijke bancaire speler als Goldman Sachs een paar jaar terug zeker 900 taxhavenvennootschappen in haar structuur had. Er zijn verder niet-fiscale redenen denkbaar om een tax haven te gebruiken (legitieme vermogensafscherming in geval van oorlogssituaties bijvoorbeeld) en om het nog erger te maken, ook niet-tax havens kunnen fiscaal misbruik in de hand werken. In de 200 miljard dollar belastingfraudezaak met betrekking tot Russisch zwart geld dat jarenlang via het Letlandse filiaal van de Danske Bank werd gesluisd, speelden UK limited partnerships een grote rol.5 En waar wordt de Nederlandse cv ook alweer voor gebruikt? En hoe moeilijk is het voor kwaadwillenden om in Delaware een Inc op te richten: zonder vragen en in nog geen tien minuten geregeld.

Mauritius, Mozambique en Kenmare

Mauritius is overigens geen nieuw belastingparadijs – het is al decennialang een schakelland (CPB-lingo) of belastingparadijs (Oxfam-jargon) of schakelparadijs (mijn compromis) – en misschien dat niet eens. Het land doet bijvoorbeeld mee met het OESO-BEPS-initiatief en de uitwisseling van informatie. Dat zie ik een principieel belastingparadijs niet doen. Het eiland is, net als Ierland, heel behendig in het verzetten van de fiscale bakens en heeft de sympathie van velen. Het is wat minder koppig dan zeg Nederland, waarvan wel wordt gezegd dat niet zozeer een bepaalde houding kenmerkend is voor onze moerasdelta, maar uitsluitend de koppigheid waarmee iedere houding pleegt te worden verdedigd.6

Kenmare is betrekkelijk transparant over het gebruik van Mauritius en haar belastingpositie. In haar 2018 annual report komt Mauritius 34 keer voor. Op haar website staat een social responsibility report toegesneden op Mozambique, en conform de norm voor de extractie-industrie, een (schijnbaar) nauwgezet overzicht van wat betaald is aan de overheden. Het adres van Kenmare Mauritius komt – zo browse ik – overeen met dat van TMF Mauritius, een bekend trustkantoor. Hm. Minpunt. Verder zie ik niet veel over de mate van substance op Mauritius. Als er voldoende economische verbondenheid (dus substance/nexus) is met Mauritius – een ruim bemeten kantoor, gekwalificeerde staf etc. – komt misbruik zo goed als niet aan de orde.

McDowell versus Azadi

In Indiase context gaat hier om het McDowell vs. Azadi-debat.7 In de McDowell-zaak betrof het oordeel: onacceptabele belastingontwijking. De overwegingen zijn van grote stilistische schoonheid: ‘Tax planning may be legitimate provided it is within the framework of law. Colorable devices cannot be part of tax planning and it is wrong to encourage or entertain the belief that it is honorable to avoid the payment of tax.’ In Azadi Bachao betrof het vermeend misbruik van het belastingverdrag India-Mauritius: ‘A holistic view must be adopted in deciding on what is perhaps regarded in contemporary thinking as a necessary evil with regard to a developing economy’, sprak de rechter. In casu geen ontwijking, vond de Indiase Hoge Raad, en motiveerde verder: ‘Developing countries need foreign investment, and treaty shopping opportunities may be an additional factor in attracting such investment.’ En ‘India has benefited from the investment of significant foreign funds via the “Mauritius conduit”.’8

Dat brengt ons uiteindelijk naar wat de landen ervan vinden; mijn voorlopige conclusie is: Ierland is happy, Mozambique is happy en Mauritius is happy. Mozambique heeft een belastingverdrag gesloten met Mauritius, in dat verdrag heeft het geen enkele antimisbruikmaatregel opgenomen, en ook verder lijkt Mozambique Kenmare geen strobreed in de weg te hebben gelegd om via Mauritius nog minder belasting te betalen. Had FMO op grond van de DNB-handreikingen ieder contact moeten verbreken met Kenmare en Mozambique in de steek moeten laten? In verband met de noodzakelijke ontwikkeling van armere landen wordt die vraag nog ingewikkelder te beantwoorden. De Indiase rechters betrekken dit economische aspect terecht in hun beschouwing over fraus conventionis (‘India has benefited’).

Hebben dus alleen Trouw en Oxfam (en wellicht DNB) reden om niet happy te zijn over de Kenmare-structuur? Dat is te makkelijk. Dagan heeft overtuigend betoogd dat ‘cooperative initiatives on both the bilateral and multilateral level, although portrayed as benefiting all actors involved, are, in fact, instruments that serve the interest of strong and rich countries at the expense of developing countries.’9 Dus: in schijn zijn arme landen blij, in wezen hebben ze geen keus. Het had toch van grote wijsheid, respect en moed getuigd als de OESO in haar BEPS-rapporten de specifieke problematiek van ontwikkelingslanden en misbruik had besproken. Ik kan me nog levendig herinneren dat tijdens een belastingtraining Zambiaanse belastinginspecteurs unaniem concludeerden dat ze investeringen en banen nodig hadden en dat het antimisbruikleerstuk zeker niet hun prioriteit had.

Aardse schatten (Mattheus 6:19)

Op de afgelopen Afrikadag (13 april 2019) besprak Van Keeffelen van Action Aid de Paladin-zaak. Het Australische mijnbouwbedrijf onderhandelt miljoenen aan belastingkortingen bij het land van de te ontginnen mijn, Malawi; een van de armste landen ter wereld. Vervolgens bewerkstelligt Paladin dat, bovenop de tax holiday, de bronbelasting op management fees en rente vanuit Malawi beperkt wordt onder het belastingverdrag Nederland-Malawi. Nederland is als schakelparadijs gebruikt door oprichting van een hoogstwaarschijnlijk papieren vennootschap. Uitgaande van een Nederlandse tussengeschoven brievenbusmaatschappij mag het legistische oordeel positief zijn, maar sympathiek is een dergelijke opzet niet en nauwelijks fatsoenlijk. Of in de woorden van De Maupassants personage Clotilde tegen de hoofdpersoon (de Bel Ami): ‘Je houdt iedereen voor de gek, je misbruikt iedereen, je rooft links en rechts je genoegen en je geld, en dan wil je ook nog dat ik jou behandel als een fatsoenlijke vent?’10

Blijf waakzaam (Mattheus 26:41)

Maar het wordt ook tijd dat ontwikkelingslanden ophouden zichzelf in de voet en erger te schieten door ten koste van alles investeringen binnen te slepen. Investeerders moeten inmiddels met courante antimisbruikbepalingen om kunnen gaan en Afrikaanse landen kunnen samenwerken om een vuist te maken tegen het epidemische verdragsmisbruik. Mauritius heeft talloze extreem ‘makkelijke’ verdragen kunnen afsluiten met Afrikaanse landen. Mauritius is een horzel voor zo goed als het hele continent. De OESO zal met het BEPS-project alleen de meest extreme gevallen van ontwijking kunnen aanpakken, maar geeft de landen, investeerders en rechters in ieder geval een context om misbruik aan te pakken. En zoals Reve al troostend sprak: ‘Vooruitgang bestaat niet, en dat is maar goed ook, want zoals het is, is het al erg genoeg.’11

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/36
Judoreg
NFB2675
Publicatiedatum
12 augustus 2019

X