Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(35)
  • Commentaar NLFiscaal(17)
  • Literatuur(2)
  • Recent(2)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

X (belanghebbende) ontving in het jaar 2016 een WIA-uitkering als bedoeld in artikel 3.78a, lid 2, onderdeel a, Wet IB 2001. Hij heeft op 20 oktober 2016 een onderneming bij de Kamer van Koophandel ingeschreven op het gebied van support, bemiddeling en advies ten aanzien van personen en bedrijven die in schuldenpositie verkeren.


In hoger beroep is in geschil of X in 2016 recht heeft op de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de zelfstandigenaftrek.


Hof Den Haag stelt voorop dat een ondernemer in een kalenderjaar niet gelijktijdig aanspraak kan maken op de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Anders dan X betoogt, kan hij slechts aanspraak maken op één van deze faciliteiten, mits hij aan de voorwaarden daarvan voldoet.


X heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de door hem gestelde uren daadwerkelijk aan de onderneming zijn besteed. X voldoet niet aan het (verlaagde) urencriterium, zodat hij niet in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Overigens geldt dat de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid slechts toepassing vindt bij het behalen van positieve winst, hetgeen in het onderhavige jaar niet het geval is. Zelfs al zou X dus aan het verlaagde urencriterium voldoen, dan zou hij op die grond evenmin in aanmerking komen voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
6 oktober 2021
Rolnummer
21/00257
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:2111
NLF-nummer
NLF 2021/2175
Aflevering
18 november 2021
bwbr0011353&artikel=3.76,bwbr0011353&artikel=3.78a

X