Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

In artikel 8:25 Awb is bepaald dat de bestuursrechter bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, kan weigeren. Maar hoe bont moet je het als gemachtigde maken voordat je door de (belasting)rechter uit de rechtszaal word gegooid? Het antwoord luidt: heel erg bont. Rechtbank Noord Holland kreeg in een BPM-zaak te maken met gemachtigde A.F.J.M. Verhoeven. Zijn taalgebruik was voor de Rechtbank reden Verhoeven een dringende waarschuwing te geven en hem te wijzen op de in artikel 8:25 Awb gegeven bevoegdheid een gemachtigde te weigeren. Daarmee komen Verhoeven en zijn klant heel goed weg. Zo geeft Verhoeven onder andere aan dat de Hoge Raad een kennelijke schande is voor elk beschaafd land. Over Rechtbank Noord-Holland heeft Verhoeven ook geen goed woord over: ‘Rechtbank Noord-Holland – afwerkplek – waar je genaaid wordt dat de stukken ervan af vliegen. Circus met clowns. (…).’


Felix Peppelenbosch vraagt zich af waar de grens bij grof taalgebruik in de rechtszaal moet worden getrokken.

In deze zaak treedt Verhoeven bij Rechtbank Noord Holland1 op als gemachtigde van een bv die 155 personenauto’s heeft ingevoerd en het voor elke ingevoerde auto niet eens is met het bedrag aan verschuldigde BPM.

In zijn pleitnota van 9 juli 2019 schrijft Verhoeven onder meer:

‘Uw Rechtbank heeft natuurlijk al veelvuldig en structureel blijk gegeven van ernstige schendingen van het Unierecht en fundamentele beginselen terzijde gesteld om verweerder waar mogelijk te kunnen faciliteren. (…)Uw Rechtbank heeft al heel vaak kennelijk blijk gegeven van fundamentele grondrechten door uitlegging van het Unierecht – met misbruik van bevoegdheid – zo ‘professioneel’ om zeep te helpen. Dat zijn eenvoudigweg praktijken elke bananenrepubliek onwaardig, maar dagelijkse praktijk in Nederland. Daarom is Nederland ook een gajesland die zijn gelijke niet kent in de wereld. Idi Amin zou zich omdraaien in zijn graf als hij de vindingrijkheid van de Nederlandse rechtspraak voorbij zou zien komen en afgunstig reageren. (…)Dat verweerder (…) het Unierecht opzettelijk schendend, gefaciliteerd door uw Rechtbank (…) , maar ach dat zijn we gewend natuurlijk van de Belastingdienst en uw Rechtbank (Nederlandse overheid) dat integriteit en onafhankelijkheid alleen beleid (naar de Rechtbank begrijpt ‘beleden’) wordt met de mond maar niet in werkelijkheid. (…)Uw Rechtbank acteert doorgaans anders en daarmee staat vast, zoals eerder al genoegzaam door mij vastgesteld, dat uw Rechtbank een volstrekt integerloze club is die er geen moeite mee heeft burgers om de tuin te leiden en op te lichten. (…)Ook mag uw Rechtbank apert geen aansluiting zoeken bij de rechtspraak van de Hoge Raad der Nederlanden. (…) De Hoge Raad is een criminele organisatie die zijn gelijke niet kent in de wereld, aantoonbaar en aangetoond!!!!! (…)De Hoge Raad is een kennelijke schande voor elk beschaafd land. (…)Dit beroepschrift geeft maar weer eens ondubbelzinnig weer hoe een burger genaaid wordt in Nederland!!’

In zijn pleitnota van 22 juli 2019 schrijft Verhoeven onder meer:

‘Rechtbank Noord-Holland – afwerkplek – waar je genaaid wordt dat de stukken ervan af vliegen. Circus met clowns. (…)Vast staat ook dat de bevoegde rechters, in casu [I, J en K], er – naar ik veronderstel als onderdeel van het vieze systeem in Nederland – opzettelijk ter bewaking van de schatkist een criminele rotzooi van maken. Het is niet uitgesloten dat zij in ruil voor dergelijke criminele handelingen (extra) goederen en/of diensten verkrijgen van de overheid in Nederland. (…)Ik vertrouw in Nederland – bewezen en genoegzaam aangetoond – geen enkele overheidsinstantie, de rechterlijk macht en de heffende autoriteit uiteraard sowieso niet – volkomen terecht en begrijpelijk. Ze bidden Jezus Christus van het kruis en als hij op grond ligt schoppen ze hem dood.Het is te triestig voor woorden hoe mijn klant hier ‘professioneel’ genaaid wordt door de Rechtbank Noord-Holland, na eerder genaaid te zijn door de heer [C] c.s, ook een vieze gekende bajesklant natuurlijk, en de Hoge Raad, een crimineel bolwerk die zijn gelijke niet kent in de wereld. (…) Je wordt gewoon structureel, ernstig genaaid in Nederland en het is niet eens lekker. De bevoegde ‘rechters’ geven uitlegging van het Unierecht, (...) doen niks, anders dan afwerken en giga bedragen aan onverschuldigd griffierecht innen.Ik kan de rechter niet schorsen, dat regelen ze zelf met de vrinden van de club. Ik word voor de minste flauwekul – in kennelijke strijd met het hoogste recht – buitengesmeten (gansje [(...)]. [F] van de Rechtbank Gelderland deed het vorige week, die moeten ze direct voor eeuwig uit het publieke domein bannen, wat een domme, vilein gemene achterbakse geit, die de ene karaktermoord aan de andere rijgt). ( ...) Ik durf [F] gewoon een kutwijf te noemen. (…)En uw Rechtbank kan ook niet wegkomen met de stelling ‘das haben wir nicht gewusst’. (…)[C] verneukt werkelijk iedereen die op zijn pad komt als hij kan (…). Hij zal er ook wel (extra) geld voor krijgen, want als normaal weldenkend mens kun je dit onmogelijk volhouden natuurlijk. (...)Het naaien van burgers is een enorme industrie geworden die vele miljarden euro’s budget in Nederland oplevert en geleid wordt door grote criminelen.’

Voorts heeft de gemachtigde ter zitting de Inspecteur bij diens naam een boef genoemd.

De gemachtigde heeft ter zitting desgevraagd verklaard geen enkel woord terug te nemen van hetgeen hij heeft geschreven en gezegd.

Rechtbank Noord-Holland

De Rechtbank merkt het taalgebruik van Verhoeven aan als ongepast, onfatsoenlijk, onbeschoft en respectloos jegens zowel de Belastingdienst als jegens de rechtspraak in het algemeen, alsmede jegens de – met naam aangesproken – vertegenwoordiger van de Belastingdienst en de – met naam aangesproken – rechters in het bijzonder, waaronder ook begrepen de door Verhoeven in zijn pleitnota van 22 juli 2019 genoemde rechter binnen Rechtbank Gelderland.

Uit rechtspraak in gelijksoortige zaken is het de Rechtbank gebleken dat de gemachtigde al meerdere keren is aangesproken op zijn taalgebruik en zijn respectloze bejegening van zijn wederpartij, de Rechtbank en anderen. De Rechtbank wijst onder meer op de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 19 april 2019.2

Alvorens inhoudelijk op de zaak in te gaan, stelt de Rechtbank het taalgebruik van Verhoeven zoals opgenomen in de pleitnota aan de orde. Verhoeven stelt onder meer dat ‘Nederland natuurlijk een enorm gajesland is’ en ‘niks anders is dan een enorme narcostaat’. Rechtbank Gelderland heeft hem ‘genoegzaam en structureel aangetoond het niet zo nauw te nemen met de gerechtvaardigde belangen van belastingplichtigen’ en de focus van de Inspecteur ligt ‘louter en alleen op beduvelen en oplichten’. Ook merkt Verhoeven op ‘dat de Rechtbank zaken gaat opwerpen als tardief verklaring of “wir haben es nicht gewusst” of wat er allemaal nog meer in de trukendoos zit teneinde de burger van zijn uit het hoogste recht afkomstige rechten te ontdoen’. De Hoge Raad is volgens hem ‘verworden tot een allerhoogst bedenkelijke club die zijn weerga niet kent in de wereld’.

De Rechtbank heeft ter zitting haar verbazing en verontwaardiging uitgesproken over deze uitspraken van de gemachtigde. De gemachtigde heeft hier onder meer op gereageerd door te stellen dat hij bij zijn uitspraken blijft en heeft daaraan toegevoegd dat hij ‘Nederland een enorm kutland’ vindt.

En zo gaat het nog wel even verder.

De Rechtbank houdt het beschaafd

Omdat de gemachtigde volhardt in de naar het oordeel van de Rechtbank ongepaste, onfatsoenlijke en respectloze bejegening van zijn wederpartij, de Rechtbank en anderen, acht de Rechtbank redenen aanwezig om de gemachtigde bij deze een waarschuwing te geven. In dit verband wijst de Rechtbank erop dat ingevolge artikel 8:25 Awb de rechter bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, kan weigeren.

Conclusie

Met deze uitspraak komt de gemachtigde goed weg en ook degene die een dergelijke gemachtigde inhuurt en hem dan zo zijn gang laat gaan. Want de zaak wordt verder keurig inhoudelijk afgedaan, hetgeen ertoe leidt dat 5 van de 155 beroepen uiteindelijk gegrond worden verklaard.

Het is al langer van algemene bekendheid dat hulpverleners zoals brandweermensen en ambulancepersoneel het op straat vaak zwaar te verduren krijgen van boze en agressieve toeschouwers. Deze zaak laat weer eens zien dat dit fenomeen nu ook in de rechtszalen steeds vaker zijn intrede doet en dat is minder bekend. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van Hof Den Bosch van 15 maart 20183 en Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 20194. In laatstgenoemde uitspraak heeft het Hof gebruikgemaakt van zijn op de voet van artikel 8:25 Awb gegeven bevoegdheid de gemachtigde in persoon te weigeren, alsmede de vennootschap waaraan de gemachtigde verbonden is. Voor wat betreft de thans besproken uitspraak van Rechtbank Noord-Holland: Hulde aan de belastingrechters M.C.A. Onderwater en F. Kleefmann, die zich in deze zaak van hun beste kant laten zien. Als niet-rechter zou ik namelijk geneigd zijn premier Mark Rutte te volgen in zijn beruchte ‘pleur op’-uitspraak van 22 september 2016 over Turkse Nederlanders die geen binding hebben met ons land. Overigens weigerde hij toen, net als gemachtigde Verhoeven, zijn woorden terug te nemen tijdens een debat in de Tweede Kamer. Maar waar moet nu uiteindelijk de grens worden getrokken?

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/39
Judoreg
NFB2718
Publicatiedatum
12 september 2019

X