Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) heeft op of omstreeks 25 januari 2021 de aangifte omzetbelasting voor het vierde kwartaal 2020 ingediend, maar niet betaald vanwege verleend corona-uitstel. Met dagtekening 25 februari 2021 is over het voornoemde tijdvak een naheffingsaanslag OB opgelegd ten bedrage van € 10.045, alsmede bij beschikking een boete wegens niet betalen van € 301. 


X heeft bezwaar gemaakt tegen de boete en verzocht om toekenning van een kostenvergoeding. Daarop is de boete verminderd. Het bezwaar is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een kostenvergoeding is afgewezen. X heeft beroep ingesteld.


De Inspecteur heeft de in bezwaar verzochte kostenvergoeding niet verleend, maar alleen de boete verminderd naar nihil. Reeds hierom faalt het standpunt van de Inspecteur dat het bezwaar vanwege het (komen te) ontbreken van een belang terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Inspecteur stelt dat de kosten voor rechtsbijstand niet in redelijkheid zijn gemaakt gelet op de toezegging van de staatssecretaris in het coronabesluit dat de verzuimboete ambtshalve zou worden vernietigd.


Rechtbank Noord-Holland is het niet met de Inspecteur eens. X heeft recht om bezwaar te maken tegen een aan haar opgelegde boete om zekerheid te verkrijgen dat de boete ook daadwerkelijk zal worden vernietigd. Gelet op het feit dat aan X corona-uitstel was verleend, had voorts geen boete mogen worden opgelegd. De Inspecteur heeft ten onrechte de kosten voor de bezwaarfase niet vergoed. De Rechtbank veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten (bezwaar en beroep) tot een bedrag van € 880,50.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
25 oktober 2021
Rolnummer
20/4967
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:10634

X