Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(12)
  • Jurisprudentie(44)
  • Commentaar NLFiscaal(12)
  • Literatuur(22)
  • Recent(7)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Deze zaak gaat over de belastingplicht van indirecte overheidsbedrijven onder oud recht. De regeling van die belastingplicht is onder invloed van EU-recht in 2016 gewijzigd.

X (bv; belanghebbende) is op 18 augustus 2003 opgericht. Vanaf 21 december 2012 worden al haar aandelen middellijk gehouden door Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersonen. A (nv) houdt middellijk 50% in X. De aandelen A worden gehouden door lagere overheden. A houdt ook andere vennootschappen, waarvan een of meer een energie(distributie)bedrijf exploiteren.

X zuivert afvalwater. Zij beheert en onderhoudt afvalzuiveringsinstallaties en het bijbehorende watertransportsysteem. Het gezuiverde water wordt geloosd op het oppervlaktewater. Daarbij wordt uit slib energie opgewekt die X nagenoeg geheel zelf gebruikt. Het relatief zeer geringe restant levert zij om niet terug aan het elektriciteitsnet.

In geschil is of X vennootschapsbelastingplichtig is op basis van artikel 2, lid 7 (oud), Wet VpB 1969 (de meetrekregeling). Volgens Rechtbank Den Haag (21 oktober 2020, 19/6852 e.a., ECLI:NL:RBDHA:2020:10943) is dat het geval, maar volgens Hof Den Haag (20 juli 2021, 20/00775 e.a., ECLI:NL:GHDHA:2021:1414) is er geen sprake van belastingplicht voor de vennootschapsbelasting.

Tegen dit oordeel heeft de staatssecretaris met drie middelen cassatieberoep ingesteld.

X heeft voorwaardelijk incidenteel gesteld dat zij ook op basis van de tekst van artikel 2, lid 7 , onderdeel f, Wet VpB 1969 niet belastingplichtig is omdat zij geen bedrijf uitoefent. Ten tweede betoogt zij dat het Hof haar beroep op het vertrouwens- en het gelijkheidsbeginsel ten onrechte niet heeft behandeld.

A-G Wattel geeft de Hoge Raad in overweging om het principale cassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond te verklaren en het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van X niet te behandelen.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2012-2013
Instantie
A-G
Datum instantie
17 februari 2022
Rolnummer
21/03758
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:156
Auteur(s)
Gert-Jan de Ruiter
Deloitte
NLF-nummer
NLF 2022/0577
Aflevering
24 maart 2022
Judoreg
NFB4904
bwbr0002672&artikel=2,bwbr0002672&artikel=2

X