Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Een man heeft in de jaren 2009 en 2010 deelgenomen aan ‘live’ pokertoernooien buiten Nederland en aan internetpokerspelen.
Aan de man zijn naheffingsaanslagen in de kansspelbelasting opgelegd.
Heffing van kansspelbelasting ter zake van binnenlandse internetkansspelen vindt plaats bij de organisator van het spel, terwijl in het geval van buitenlandse internetkansspelen de (in Nederland wonende) prijsgerechtigde kansspelbelasting is verschuldigd.
Volgens de man moeten internetkansspelen waaraan vanuit Nederland wordt deelgenomen, worden aangemerkt als binnenlandse kansspelen, ongeacht waar de organisator van het spel zich bevindt.
Hij is naar zijn idee daarom geen belastingplichtige ten aanzien van deze internetpokerspelen.
Volgens Hof Amsterdam zijn de gespeelde internetkansspelen echter buitenlandse kansspelen.
A-G Van Hilten acht dit oordeel van het Hof juist.
Van een buitenlands (internet)kansspel in de zin van de Wet KSB is namelijk sprake indien zij niet worden gehouden door een in Nederland gevestigde (rechts)persoon, aldus de A-G.
Het Hof heeft verder terecht beslist dat schending van het dienstenverkeer als bedoeld in artikel 56 VWEU uitsluitend heeft plaatsgevonden ten aanzien van in San Remo en Londen met live pokertoernooien gewonnen prijzen, en dat deze prijzen buiten het bereik van de kansspelbelasting blijven.
Artikel 56 VWEU is niet toepasbaar op de internetkansspelen van aanbieders die buiten de EU zijn gevestigd, aldus de A-G.
Ook ten aanzien van het verlies dat de man geleden heeft met internetkansspelen binnen de EU komt A-G van Hilten niet aan schending van artikel 56 VWEU.
De buitenlandse kansspelen waaraan de man heeft deelgenomen vallen naar het oordeel van de A-G voorts niet onder bescherming van het vrije kapitaalverkeer van artikel 63 VWEU.
Ook de overige stellingen van de man baten hem volgens de A-G niet.
Conclusie: het cassatieberoep van de man is ongegrond.

Metadata

Belastingtijdvak
2009-2010
Instantie
A-G
Datum instantie
25 september 2014
Rolnummer
13/04929
ECLI
ECLI:NL:PHR:2014:1870

Naar de bovenkant van de pagina