Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 19 november 2019 is op www.internetconsultatie.nl het eerste wetgevingspakket in het kader van de uitwerking van het pensioenakkoord ter consultatie voorgelegd. De einddatum van de consultatie is 9 december 2019.

Het kabinet wil met het wetsvoorstel ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ meer ruimte bieden voor keuzevrijheid in het pensioenstelsel. Deelnemers krijgen de keuze om een beperkt deel van het pensioen op te nemen als bedrag ineens. Dit gaat ook gelden voor bevroren pensioen in eigen beheer, nettopensioen, oudedagsvoorzieningen opgebouwd in de derde pijler en nettolijfrente. Daarnaast krijgen werknemers meer keuzeruimte om eerder te kunnen stoppen met werken, doordat fiscale regels rondom regelingen voor vervroegde uittreding en bovenwettelijk verlof worden aangepast.

Werkgevers kunnen, in overleg met werknemers, door de tijdelijke versoepeling van de rvu-heffing makkelijker besluiten tot het instellen van regelingen voor vervroegde uittreding. In de praktijk zullen sociale partners dankzij dit wetsvoorstel bij bestaande overleggen, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van cao’s, naar verwachting aanvullende afspraken maken over vervroegde uittreding en het benutten van de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof.

Door de uitbreiding van de fiscale ruimte om verlof te sparen kunnen werknemers meer verlof sparen en dit op verschillende momenten tijdens hun carrière inzetten. De verwachting is dat een deel van de werknemers dit aan het eind van hun loopbaan zal doen, in overleg met hun werkgever.

Het streven is om de vrijstelling van de rvu-heffing en verruiming van het verlofsparen per 1 januari 2021 in werking te laten treden. De beoogde datum van inwerkingtreding van de keuzemogelijkheid bedrag ineens is 1 januari 2022.

Volgens het conceptwetsvoorstel wordt gedeeltelijke afkoop mogelijk voor pensioen (ook pensioen in eigen beheer) en lijfrenten. Opvallend is dat de oudedagsvoorziening niet wordt benoemd. Wellicht is deze vergeten?

De consultatietermijn is slechts drie weken. Dit houdt ongetwijfeld verband met de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2021, met betrekking tot de versoepeling van de rvu-heffing en verruiming van het verlofsparen. Na één week waren al 36 reacties gepubliceerd. De reacties tot 25 november zijn zeer divers. Met betrekking tot de verruiming van het verlofsparen zijn de reacties over het algemeen positief. Met betrekking tot de versoepeling van de rvu-heffing is een veelgehoorde klacht dat dit de mogelijkheid tot eerder stoppen met werken niet zal bevorderen. Werkgevers hoeven weliswaar geen rvu-heffing af te dragen, maar moeten nog steeds wel een bedrag beschikbaar stellen dat overeenkomt met maximaal een netto-AOW-uitkering.

Ook over de voorwaarden die gesteld worden aan de gedeeltelijke afkoop zijn de reacties zeer verdeeld. Dat geldt met name voor de voorwaarde dat opname ineens niet kan in combinatie met een hoog-laagconstructie. De voorstanders van een dergelijke stapeling miskennen mijns inziens het karakter van pensioen als oudedagsvoorziening. Je oude dag houdt pas op als je doodgaat. Daarom is pensioen in beginsel levenslang en niet afkoopbaar. Daarop maakt dit wetsvoorstel inbreuk door 10% afkoop toe te staan. Verder zou het wat mij betreft niet moeten gaan. De anticumulatie met hoog-laag is naar mijn mening dan ook terecht.

Rubriek(en)
Pensioen
Belastingtijdvak
1 januari 2021 e.v.
Instantie
Ministerie van Sociale Zaken
Datum instantie
19 november 2019
Auteur(s)
Herman Kappelle
Aegon adfis
NLF-nummer
NLF 2019/2645
Aflevering
5 december 2019
Judoreg
NFB2904

X