Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(185)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(8)

Op 18 september 2020, om 21.39 uur, stond de auto van X (belanghebbende) in een parkeervak op de Overtoom te Amsterdam (hierna: de locatie) zonder dat parkeerbelasting was voldaan. In geschil is of hiervoor terecht een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd.

Vast staat dat X zijn auto op het tijdstip gedurende enige tijd met gedoofde lichten op de locatie heeft doen stilstaan in een parkeervak om te controleren waar hij moest zijn en om een telefoongesprek te plegen en dat geen sprake was van in- of uitstappen van personen of laden of lossen van zaken. Onder deze omstandigheden heeft de Heffingsambtenaar zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake was van parkeren, oordeelt Hof Amsterdam. Dat X slechts gedurende korte tijd (naar hij heeft gesteld niet langer dan 5 minuten) heeft stilgestaan, is niet relevant aangezien ook het kort stilstaan is aan te merken als parkeren waarvoor parkeerbelasting is verschuldigd. Evenmin is relevant dat X later opnieuw in dezelfde straat parkeerde en daarvoor wel parkeerbelasting heeft betaald. Nu de verschuldigde parkeerbelasting voor het eerdere stilstaan niet is voldaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
17 mei 2022
Rolnummer
21/00541
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:1517
NLF-nummer
NLF 2022/1129
Aflevering
9 juni 2022
bwbr0005416&artikel=225,bwbr0005416&artikel=225

X