Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(25)
  • Jurisprudentie(70)
  • Commentaar NLFiscaal(19)
  • Literatuur(85)
  • Recent(5)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

In de onderhavige zaak is in de kern in geschil of in 2010 sprake is van een fiscale eenheid tussen X (bv; belanghebbende) en E (bv). De Inspecteur is van mening dat dit niet het geval is en dat de beschikking fiscale eenheid ten onrechte is afgegeven. Indien dat standpunt wordt gevolgd, heeft X geen recht op de geclaimde willekeurige afschrijving ten aanzien van de door E gedane investering in een schip.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat X nooit de economische eigendom van de aandelen in E heeft verkregen. Dit omdat zij zich materieel heeft verplicht tot overdracht van de aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs van € 1. Daardoor heeft geen fiscale eenheid tot stand kunnen komen. X heeft tegen dit oordeel hoger beroep ingesteld.

Aangezien geen sprake is van het opzettelijk of grofschuldig verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie kan de eenmaal afgegeven beschikking fiscale eenheid volgens Hof Den Bosch niet met terugwerkende kracht worden ingetrokken of herzien. Het Hof merkt hierbij ten overvloede op dat de Inspecteur, gegeven de informatie waarover hij beschikte dan wel kon beschikken, in zijn onderzoeksplicht met betrekking tot het verzoek fiscale eenheid te kort is geschoten. De Inspecteur is aan de afgegeven beschikking gebonden tot het moment dat hij X meedeelt dat vanaf een in de toekomst gelegen moment de fiscale eenheid niet langer geacht wordt te bestaan, omdat niet aan de voorwaarden van een fiscale eenheid wordt voldaan. Een dergelijke mededeling is in het jaar 2010 niet gedaan. Bij brief van 29 oktober 2015 liet de Inspecteur X weten voornemens te zijn bij navorderingsaanslag de willekeurige afschrijving terug te nemen, hetgeen dan tot gevolg heeft dat in ieder geval gedurende het jaar 2010 sprake is van een fiscale eenheid tussen X en E en de willekeurige afschrijving derhalve bij de fiscale eenheid in aanmerking kan worden genomen. Er is dan niet langer een grond om de navorderingsaanslag vpb 2010 op te leggen en de verliesvaststellingsbeschikking te herzien. Het hoger beroep is gegrond.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2010
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
5 november 2021
Rolnummer
19/00546
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:3361
bwbr0002672&artikel=15

X