Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(2)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(7)
  • Jurisprudentie(127)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(29)
  • Recent(7)
  • Softlaw(1)

Fiscale eenheid X (belanghebbende) houdt zich met name bezig met het verrichten van diensten binnen de verzekeringssector. Zij maakt deel uit van een grensoverschrijdend concern, waarvan moedervennootschap A in Duitsland is gevestigd. Over het derde kwartaal van 2016 zijn aan X door A, dan wel door in Duitsland gevestigde en tot het concern behorende vennootschappen, kosten doorberekend voor aan haar verrichte diensten.

In hoger beroep beperkt het geschil zich tot de vraag of X in haar recht op vrije vestiging, dat zij aan artikel 49 VWEU ontleent, wordt belemmerd als gevolg van de verschuldigdheid van Nederlandse omzetbelasting over de van in andere lidstaten gevestigde groepsmaatschappijen ontvangen diensten.

Niet in geschil is dat X geen lid kan zijn / de leden van X geen lid kunnen zijn van de Duitse fiscale eenheid van de moedermaatschappij of dat in andere lidstaten gevestigde groepsmaatschappijen geen lid kunnen zijn van X.

Hof Den Haag stelt voorop dat artikel 7, lid 4, Wet OB 1968 een correcte omzetting is van artikel 11 Btw-richtlijn. Het Hof beoordeelt of artikel 11 Btw-richtlijn deels onverbindend is (althans deels buiten werking gesteld dient te worden) wegens strijd met artikel 49 VWEU. Dat is volgens het Hof niet het geval.

Het ongelijk van X volgt (al) uit het arrest Danske Bank (HvJ 11 maart 2021, C-812/19, ECLI:EU:C:2021:196). Als dit arrest tot leidraad wordt genomen, is X Nederlandse btw verschuldigd over diensten die zij tegen vergoeding van de fiscale eenheid in Duitsland ontvangt. In het arrest overweegt het HvJ expliciet dat het een lidstaat niet is toegestaan buiten het eigen grondgebied gevestigde personen tot een fiscale eenheid te rekenen (r.o. 24 en 29 van het arrest).

Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
3e kwartaal 2016
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
29 april 2021
Rolnummer
20/00326
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:884
Auteur(s)
Barry Willemsen
Belastingdienst
NLF-nummer
NLF 2021/1304
Aflevering
1 juli 2021
Judoreg
NFB4424
bwbr0002629&artikel=7&lid=4,bwbv0001506&artikel=49,celex32006l0112&artikel=11

X