Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(76)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(6)

X (belanghebbende) is eigenaar en gebruiker van een bebouwd perceel dat niet is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Hij stelt dat de gemeente aan hem geen aanslag naar het basistarief rioolheffing mag opleggen, zonder dat de gemeente aanwijsbare prestaties op het gebied van grond- of hemelwaterafvoer verricht ten aanzien van zijn perceel. Verder stelt hij dat sprake is van onredelijke en willekeurige belastingheffing. Dit omdat de rioolheffing geen rekening houdt met mensen zoals hij, waarbij de werkzaamheden voor hemelwaterafvoer en grondwaterbeheer op de door hen gebruikte percelen al door henzelf, de provincie en/of het waterschap worden uitgevoerd. Dit betreft een groep die volgens hem daarom geen (direct) profijt heeft van werkzaamheden die de gemeente op dit gebied verricht.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt echter dat de gemeente op grond van de bepalingen in de Gemw en de gemeentelijke verordening een aanslag rioolheffing mocht opleggen aan X. Daarvoor is geen aansluiting op de riolering vereist dan wel een ‘perceelsgebonden belang’ bij de gemeentelijke watertaken. De heffing en de hoogte van het basistarief zijn naar het oordeel van de Rechtbank ook niet onredelijk of willekeurig.

Het beroep tegen de aanslag rioolheffing 2021 van € 84 wordt ongegrond verklaard.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2021
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
10 juni 2022
Rolnummer
21/2575
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:1936
NLF-nummer
NLF 2022/1227
Aflevering
23 juni 2022
bwbr0005416&artikel=228a,bwbr0005416&artikel=228a

X