Direct naar content gaan

Samenvatting

De Roemeen VB verkoopt hout op stam waarop krachtens de Roemeense btw-wetgeving de verleggingsregeling van toepassing is.

Tijdens een belastingcontrole is geconstateerd dat de omzet van VB de bijzondere vrijstellingsdrempel voor kleine ondernemingen had overschreden. Gelet hierop had VB zich binnen tien dagen na eind september 2011 voor btw-doeleinden moeten registreren en vanaf 1 november 2011 btw-plichtig moeten worden. Aangezien VB had nagelaten zich voor btw-doeleinden te registreren, hebben de belastinginspecteurs de vanaf november 2011 verschuldigde btw met terugwerkende kracht herberekend aan de hand van het totaalbedrag, op grond van de beoordeling dat de verkoopprijs ook de btw omvat. Ook hebben de belastinginspecteurs VB gelast zich voor btw-doeleinden te registreren. Dit heeft VB op 29 november 2017 gedaan, binnen de gestelde termijn van tien dagen.

De belastingaanslag is berekend zonder toepassing van verleggingsmaatregelen. VB is het hier niet mee eens, omdat op de verkoop van hout op stam de verleggingsregeling van toepassing is. In het kader van een procedure hierover heeft de Curte de Apel Bucureşti (rechter in tweede aanleg Boekarest, Roemenië) aan het HvJ een prejudiciële vraag gesteld. Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of de Btw-richtlijn en het beginsel van fiscale neutraliteit zich verzetten tegen een nationale regeling volgens welke de verleggingsregeling niet van toepassing is op een belastingplichtige die op aanvraag noch ambtshalve was geregistreerd voor de btw voordat hij belastbare transacties verrichtte.

Het HvJ beantwoordt de vraag ontkennend.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 oktober 2011 t/m 30 september 2017
Instantie
HvJ
Datum instantie
30 juni 2022
Rolnummer
C-146/21
ECLI
ECLI:EU:C:2022:512
Auteur(s)
Jeroen Bijl
EY
NLF-nummer
NLF 2022/1437
Aflevering
28 juli 2022
Judoreg
NFB5155
celex32006l0112&artikel=193,celex32006l0112&artikel=193

Naar de bovenkant van de pagina