Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(24)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(24)
  • Jurisprudentie(297)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(18)
  • Recent(19)
  • Softlaw(21)

X (belanghebbende) is werkzaam als zelfstandig homeopaat, frequentietherapeut, paranormaal therapeut en magnetiseur. Zij heeft geen op haar beroep gerichte opleiding voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG.


In geschil is of de door X verleende diensten zijn vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel g, Wet OB 1968. Meer specifiek is in geschil of de dienstverlening van X van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is als een gezondheidskundige dienst van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.


X heeft een beroep gedaan op het beleidsbesluit van 29 maart 2016 (BLKB2016/433M). Daarin zijn diverse mogelijkheden opgenomen om het kwaliteitsniveau van de dienstverlening aan te tonen.


Rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep gegrond verklaard.


Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep anders. Het is van oordeel dat de registratie bij NOAG (een door zorgverzekeraars erkende beroepsvereniging) niet is aan te merken als een registratie waaruit blijkt dat de betrokken medische beroepsbeoefenaar beschikt over zowel medische of psychosociale basiskennis als specifieke beroepsgerichte kennis overeenkomend met (minimaal) een HBO-bachelor opleiding als bedoeld onder het vierde bulletpoint van paragraaf 4.1 van het besluit.


Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2019
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
9 november 2021
Rolnummer
20/00515
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:10459
NLF-nummer
NLF 2021/2240
Aflevering
25 november 2021
bwbr0002629&artikel=11&lid=1,celex32006l0112&artikel=132

X