Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) heeft in 2007 voorbereidende werkzaamheden verricht ten behoeve van de aanschaf van een stuk grond en heeft, nadat de gemeente een bouwvergunning heeft afgegeven voor de bouw van een woon-/werkpand, de grond in september 2008 in eigendom verkregen. In 2009 is X begonnen met bouwactiviteiten. Ter financiering van de aankoop en bouw van het pand heeft X geldleningen afgesloten bij de bank. Als gevolg van de economische crisis, het faillissement van een van de aannemers die betrokken was bij de bouw en persoonlijke omstandigheden is X financieel in zwaar weer terechtgekomen (begin 2010). Dat heeft tot gevolg gehad dat de bank stopte met het financieren van de bouwkosten, dat de gemeente de bouwvergunning heeft ingetrokken en dat de onroerende zaak in 2014 via een openbare veiling is verkocht.


In geschil is of X het negatieve resultaat dat hij heeft behaald met de activiteiten in aftrek kan brengen (aanslag IB/PVV 2014).


Naar het oordeel van Rechtbank Noord-Holland is er vanaf 2010 in feite niet veel meer gebeurd en kon er reeds vanwege het stopzetten van de financiering en het intrekken van de bouwvergunning niet meer worden gebouwd. Voor zover er ooit sprake is geweest van een bron van inkomen, dan is daar in ieder geval voor het jaar 2014 geen sprake meer van. Er kan dan ook geen sprake zijn van (negatieve) winst uit onderneming dan wel (negatief) resultaat uit overige werkzaamheden. Toepassing van de foutenleer is voorts niet aan de orde. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.


X heeft hoger beroep ingesteld, maar Hof Amsterdam bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Ten overvloede overweegt het Hof dat indien er al grond zou zijn om in 2014 een verlies in aanmerking te nemen, X niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit verlies de door hem gestelde omvang van € 166.000 zou hebben. Conform de berekening van de gemachtigde zou dan in 2014 nog slechts € 6.000 als (extra) verlies in aanmerking kunnen worden genomen.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
28 oktober 2021
Rolnummer
20/00528
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3227
NLF-nummer
NLF 2021/2276
Aflevering
2 december 2021

X