Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Het is donderdag 25 juni en het is warm. In Internationaal Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag organiseert de NOB haar tweede digitale Belastingpoort. Thema deze keer is ‘Ons belastingstelsel na corona’. Munitie voor de discussies zijn twee recente rapporten. In Kansrijk belastingbeleid, gepubliceerd op 21 april 2020, inventariseert het CPB de effecten van bijna honderd belastingmaatregelen. Ambtenaren van het ministerie van Financiën dragen in Bouwstenen voor een beter belastingstelsel, uitgekomen op 18 mei 2020, een groot aantal uitgewerkte beleidsopties aan. Henk Bergman doet verslag.

Het programma is in drieën gesplitst. Allereerst is er een interview met staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief en NOB-voorzitter Bartjan Zoetmulder. Daarna volgen twee paneldiscussies met economen, een fiscalist, de oprichter/directeur van een denktank en vertegenwoordigers van ondernemers en werknemers. Esther van Rijswijk leidt de gesprekken. 

Verbouwing

Is Nederland toe aan een grootschalige verbouwing van het belastingstelsel? Dat is de eerste, niet misselijke vraag die staatssecretaris Vijlbrief krijgt voorgelegd. Hij stemt in, maar met een voorbehoud.

‘Dat kan alleen als de omstandigheden zich daarvoor lenen en dat is nu vanwege de coronacrisis duidelijk niet het geval. Ik ben zeker ook met strategie bezig, maar op dit moment gaat het overgrote deel van mijn tijd op aan de Belastingdienst. Die moet eerst weer goed functioneren voordat we grotere zaken kunnen aanpakken.’

Bartjan Zoetmulder heeft meer haast.

‘Ik vind dat het belastingstelsel echt aan een grondige herziening toe is – en dat we daar nu mee aan de slag moeten. Sinds 2001 zijn onophoudelijk nieuwe regels en regeltjes toegevoegd, met name om misbruik tegen te gaan. Daardoor hebben we nu een stelsel met alle kenmerken van een lappendeken. Onwerkbaar op sommige punten en onvermijdelijk komt het moment dat zaken gaan vastlopen. Dat moment moeten we vóór zijn. “Grondig herzien” betekent volgens ons niet dat het volledige stelsel overboord moet. Wel dat sommige onderdelen waarvan in de praktijk bewezen is dat ze niet goed werken, worden aangepast. Verder moeten we goed nadenken over de vraag hoe we de pijlers van ons stelsel in de toekomst willen beschermen. De NOB heeft daarvoor vorig jaar bij de start van de bouwstenendiscussie een aantal voorstellen gedaan. We denken graag in een zo vroeg mogelijk stadium mee. Maar we zijn ook realist. Je kan het bestaande stelsel niet van de ene op de andere dag inruilen voor het andere; dat kost tijd.’ Visie

Aan de vraag hoe een nieuw belastingstelsel eruit moet zien gaat volgens de gespreksleider een andere vooraf: wat voor economie wil Nederland zijn? Zoetmulder vindt een goed vestigingsklimaat essentieel.

‘We moeten een aantrekkelijk land blijven voor ondernemers – binnenlandse zowel als buitenlandse. Belangrijk is de onderlinge afhankelijkheid van bedrijven. Het binnenhalen van het Europees Geneesmiddelenbureau is daarvan een mooi voorbeeld; zo’n EU-agentschap brengt iets op gang en zorgt voor een keten aan nieuwe bedrijfsactiviteiten.’

Staatssecretaris Vijlbrief vindt dat de eisen die je aan een belastingstelsel stelt ook iets zeggen over de soort maatschappij die je ambieert. Hij noemt drie woorden die de basis vormen van zijn geprefereerde belastingsysteem: groen, eerlijk en weerbaar.

‘Ik erger me groen aan de mensen die zeggen dat we nu maar moeten stoppen met al die klimaatmaatregelen omdat we in een economische crisis zitten. Nee, dat moet je juist wel nu doen. Punt is dat de oude economie ons niet uit de crisis trekt. De vliegwereld is een mooi voorbeeld. Je moet niet wachten met het invoeren van een vliegbelasting totdat de sector zich over misschien vijf jaar helemaal heeft hersteld van de crisis. Nee, als je het vliegverkeer enigszins wilt temperen – en daar zijn we het wel over eens – dan moet je dat nu doen.’

Zijn tweede pijler is eerlijkheid.

‘De samenleving accepteert geen fiscaal trapezewerk meer: bedrijven die zich hier willen vestigen op gunstige voorwaarden, maar ook nog eens hun winsten of een deel daarvan kunnen wegsluizen naar belastingparadijzen. Iedereen wil dat bedrijven en burgers netjes belasting betalen volgens de normen van het land waar ze actief zijn. Daarop moet een belastingstelsel dus ingericht zijn. Dat heeft niets te maken met bedrijven wegjagen; het is gewoon een kwestie van eerlijkheid.’

Derde pijler: weerbaarheid. Vijlbrief is in zijn nog maar korte periode op Financiën geconfronteerd met een Nederland waarin zowel bedrijven als burgers gebukt gaan onder een enorme schuldenlast.

‘Dat moet anders. Renteaftrek moet worden beperkt, zowel voor bedrijven als voor burgers. Ik vind het voor een goed werkend belastingstelsel essentieel dat er voldoende faciliteiten zijn om buffers op te bouwen. Dat doen we nu veel te weinig.’ 

Zoetmulder gaat in op Vijlbriefs tweede pijler: eerlijkheid. Box 3 vindt hij een schoolvoorbeeld van hoe het wat dat betreft niet moet.

‘Een stelsel is oneerlijk als je belasting moet betalen over inkomsten die je niet daadwerkelijk hebt gehad. Maar dat gebeurt nu met box 3 al heel lang wel. Het tekortschieten van de IT-systemen van de Belastingdienst kan naar mijn idee nooit een argument zijn om iets wel of niet te doen. Dan maar een iets ingewikkelder uitvoering, maar geen fictieve heffing.’

Vijlbrief kan meegaan met Zoetmulders analyse, maar heeft wel een pragmatische reden om box 3 voorlopig te laten zoals die is. Hij wil een organisatie die al aardig in het nauw zit niet extra belasten met een complexe uitvoeringskwestie: heffen naar werkelijk genoten vermogensinkomsten. Liever richt hij zijn pijlen op box 2.

‘We hebben de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap opgesteld; die zou in 2022 worden ingevoerd. Maar we hebben goed geluisterd naar de Raad van State, die vond dat de huidige crisistijd geen goed moment is. Dus doen we het een jaartje later.’

Het argument dat het om een ‘met-een-kanon-op-een-mug-schieten-situatie’ gaat spreekt hem niet aan.

‘We gaan het wel doen, want het is gewoon niet de bedoeling van de wet dat je als box 2-ondernemer in staat bent langdurig uitstel van belastingbetaling te realiseren.’

Zoetmulder vindt dat de Raad van State toch tamelijk fundamentele bezwaren tegen het wetsvoorstel naar voren heeft gebracht.

‘Het ging echt niet alleen om de timing. Het voorstel is in eerste instantie gebracht als zou het gaan om afstel van de ab-heffing in plaats van uitstel. Maar dat is onjuist. En er is toch eigenlijk niets aan de hand als een box 2- ondernemer vermogen van zijn bv leent en die bv daarvoor een zakelijke rente betaalt?’

Vijlbrief houdt voet bij stuk.

‘We vinden dat er een grens is aan wat de dga van zijn bv kan lenen. Wordt die overschreden dan moet je de ab-heffing betalen.’ Ontwijking

Belastingontwijking heeft ook – of juist – in coronatijden Vijlbriefs ruime belangstelling. Hij vindt daarbij drie lijnen essentieel: internationale coördinatie, actieve Nederlandse wetgeving en eisen stellen aan de fiscale activiteiten van bedrijven die in crisistijd financiële steun van de overheid krijgen. Geen Bermuda-achtige constructies dus. 

Panel 1

Tijd voor het eerste panel. Aan tafel nemen plaats: 

  • Koen Caminada, hoogleraar Empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving, Universiteit Leiden; 
  • Arjan Lejour, hoogleraar belastingen en openbare financiën, Tilburg University en ook verbonden aan het CPB; 
  • Leo Stevens, emeritus hoogleraar Fiscale Economie, Erasmus Universiteit Rotterdam. 

Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus School of Economics, zou ook aanzitten maar heeft zich moeten verontschuldigen. 

Uitgangspunten
  • Welke uitgangspunten moeten in elk geval ten grondslag liggen aan een nieuw stelsel?
  • Wat moet principieel goed geregeld worden?

De ingelogde kijkers kunnen zich daarover via hun telefoon uitspreken. De uitkomsten zijn niet erg verrassend: eenvoud, transparantie, draagkracht, eerlijkheid, robuustheid – elke fiscalist kent het rijtje. 

Caminada

Koen Caminada mag er als eerste nader op ingaan. Hij constateert dat er de afgelopen twintig jaar flink wat mis is gegaan in de verhouding tussen overheid en belastingbetaler.

‘Er is een wirwar aan regelgeving ontstaan; je moet echt ingevoerd en deskundig zijn om die te kunnen ontrafelen. Voor mij is het belangrijkste negatieve gevolg dat bedrijven en burgers niet meer kunnen vertrouwen op de fiscale uitkomst van hun handelen. De spelregels worden te vaak veranderd tijdens het spel. Daardoor gaan investeringsbeslissingen, het aankopen van een huis en het kiezen voor een studie gepaard met fiscale onzekerheid. Voortdurend worden kleine beleidsmaatregelen aan het systeem toegevoegd, die voor een deel van de belastingplichtigen echter grote, onvoorziene gevolgen hebben. Resultaat: het vertrouwen in de overheid daalt en slaat bij sommige groepen zelfs om in diep wantrouwen.’

Caminada wijst op een intrigerend Nederlands fenomeen: 60% van de huishoudens krijgt één of meer inkomenstoeslagen van de Belastingdienst.

‘In andere landen gaat dat niet verder dan 10 à 15%. Daarmee hebben we ons heel wat op de hals gehaald.’

Stevens 

Nu krijgt Leo Stevens het woord. Hij begint met de bekende vier e’s waaraan een deugdelijk belastingsysteem volgens hem moet voldoen: eerlijkheid, eenvoud, effectiviteit (‘het moet werken’) en efficiency (‘maak het zo makkelijk mogelijk’). Maar wat laat de praktijk zien? Allereerst dat beginselen als eerlijkheid en eenvoud worden gebruuskeerd.

‘Het fiscale beleid is met name gericht op de grote ondernemingen, maar daarvoor betaalt het midden- en kleinbedrijf de prijs. Dat vind ik onaanvaardbaar. Het mkb is de buitenboordmotor van de BV Nederland; dat moet vertroeteld worden.’

Hij heeft het allemaal nog eens uitvoerig opgeschreven in zijn boek Nieuwe dynamiek in het fiscale mkb-beleid, dat enkele dagen na deze bijeenkomst zal verschijnen. 

Maar er is meer. Neem dat wetsvoorstel over het excessief lenen van de eigen bv door de dga: voor Stevens een voorbeeld van geheel overbodige wetgeving.

‘Het is even geleden, maar ik ben zelf Inspecteur geweest en ook toen al werd er actie ondernomen tegen bovenmatige rekening-courantverhoudingen. Dat kan met de huidige wetgeving nog steeds. We hebben dus helemaal geen nieuwe wet nodig. Met dit voorstel erkent de staatssecretaris in feite dat de Inspecteur en de aanslagregelaars hun werk niet goed hebben gedaan.’

Stevens vindt dat het rapport Bouwstenen voor een beter belastingstelsel, opgesteld door ambtenaren van Financiën, vele goede suggesties bevat.

‘Maar er ontbreekt er één en dat is tegelijk de allerbelangrijkste: er moet hard gewerkt worden aan herstel van vertrouwen tussen overheid en bedrijfsleven – het mkb in het bijzonder. Stel je als Belastingdienst dus niet argwanend op tegenover belastingadviseurs. Zeker mkb-bedrijven kunnen niet zonder; daarvoor zijn de regels veel te ingewikkeld. Probeer elkaars werk te begrijpen en maak het elkaar niet onnodig moeilijk.’

Lejour

Arjan Lejour vindt dat eerlijkheid en vergroening de belangrijkste uitgangspunten van een nieuw stelsel moeten zijn.

‘Belastingen worden ook geheven om bepaald gedrag te corrigeren, dus ik pleit voor een CO2-belasting, rekeningrijden en een heffing op kerosinegebruik in het zee- en luchtverkeer. Latere generaties zullen met hoge milieukosten worden geconfronteerd; om die te kunnen betalen moeten we nu buffers aanleggen. Deels zal dat in internationaal verband geregeld moeten worden, maar landen kunnen ook zelfstandig een actief fiscaal milieu- en vergroeningsbeleid voeren.’ Arbeid en kapitaal

Als drie economen over ons belastingstelsel praten komt onvermijdelijk het punt naar voren over het verschil in fiscale behandeling van kapitaal en arbeid. Iedereen is het erover eens dat de lasten op arbeid in Nederland erg hoog zijn en omlaag moeten. Maar arbeid en kapitaal fiscaal gelijk behandelen? Kan dat eigenlijk wel? 

Caminada vindt dat de discussie daarover ten onrechte op een zwart-wit manier wordt gevoerd.

‘Nogal wat vormen van kapitaal zijn helemaal niet zo mobiel; denk aan woningen. Maar het gaat erom vanuit welk perspectief je naar de vraag kijkt: vanuit rechtvaardigheid en eerlijkheid of vanuit efficiency. Feit is dat er geen verschil in koopkracht is tussen de euro die met arbeid wordt verdiend en de euro die als inkomen uit kapitaal is verkregen. En dat heeft grote gevolgen. Ik heb mij de afgelopen jaren nogal verdiept in het probleem van de inkomensarmoede. Steeds meer kinderen leven onder de armoedegrens, maar dat is een blinde vlek in Nederland heb ik moeten constateren. Voor mij is duidelijk: als we het over lastenverlichting hebben dan moeten we primair maatregelen nemen die de inkomenspositie van die groepen verbeteren.’

Stevens zegt dat we vanuit de eerlijkheids- en rechtvaardigheidsgedachte toe moeten groeien naar een vermogensaanwasachtige belasting.

‘Dan is het probleem van de heffing op kapitaal opgelost. En als de draagkrachtgedachte je lief is dan moet je kiezen voor een gelijke behandeling van alle inkomensbronnen. Elke verdiende euro moet dezelfde draagkracht bieden. Dat is niet makkelijk, want er zijn heel veel mensen die niet meer hebben dan arbeidsinkomen en heel weinig mensen die inkomen uit vermogen hebben. Wil je de eerste groep tegemoetkomen dan moet je diep snijden in de inkomenspositie van vermogenden. Dat levert weer nieuwe problemen op. Dan krijg je bijvoorbeeld fiscaal gedreven emigratie, zoals we eind vorige eeuw hebben gezien.’

Hij is het eens met Caminada dat wat aan de onderkant van het loongebouw wordt gedaan helemaal niet kan; ‘tranentrekkend’ is zijn niet mis te verstane kwalificatie.

‘Stop met die inkomensafhankelijke kortingen; die werken niet en zijn strijdig met het systeem van de wet. Dat is van fiscale kant vanaf het begin gezegd, maar men is er toch mee doorgegaan.’

Lejour sluit zich hierbij aan.

‘We belasten niet huishoudinkomen, maar individueel inkomen. En nu de heffingskortingen worden afgebouwd zijn de alleenverdieners de klos. Een vader of moeder die alleen € 40.000 verdient, krijgt veel minder heffingskorting dan twee ouders die elk € 20.000 verdienen. Past dat in een eerlijk stelsel?’ Panel 2

Tijd voor het tweede panel. Aan tafel nemen plaats: 

  • Hans Biesheuvel, voorzitter stichting ONL voor ondernemers; 
  • Femke Groothuis, co-founder en directeur The Ex’tax Project; 
  • Jaap Bellingwout, advocaat/belastingadviseur Meijburg & Co en hoogleraar belastingrecht Vrije Universiteit Amsterdam; 
  • Tuur Elzinga, vicevoorzitter FNV. 
Combinatie

Bellingwout vindt het vurige pleidooi van Stevens in het vorige panel voor maatregelen die de fiscale positie van het mkb moeten verbeteren niet verkeerd, maar wel eenzijdig. Hij verwijst naar een brief van minister Wiebes van april, waarin wordt becijferd dat grote bedrijven goed zijn voor één miljoen banen in Nederland en dat daar nog eens een half miljoen banen aan indirecte werkgelegenheid bij komt. Het gaat dus om de combinatie van grote bedrijven en mkb: die maakt de Nederlandse economie tot wat die is. 

Biesheuvel

Biesheuvel sluit zich daarbij aan: mkb en grootbedrijf hebben elkaar hard nodig. Maar er zijn ook verschillen. Bij de grote bedrijven gaat de fiscale discussie over de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting, terwijl in het mkb ondernemerschap en werkgeverschap centraal staan. Voor Biesheuvel heeft vereenvoudiging de hoogste prioriteit.

‘De gemiddelde mkb-ondernemer heeft één grote fiscale wens: een eenvoudig en werkbaar stelsel. Het grote ongenoegen is dat er voortdurend aan de knoppen van het systeem wordt gedraaid. Weer nieuwe besluiten, weer nieuwe maatregelen. Dat geeft onzekerheid, bijvoorbeeld over investeringen, waardoor het verdienvermogen van het mkb wordt aangetast. In de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar pleiten wij voor een radicaal vereenvoudigd belastingstelsel. Een stelsel dat ook op termijn zekerheid biedt en waaraan niet continu wordt geknutseld.’

Groothuis

Femke Groothuis vindt dat het Nederlandse belastingstelsel niet meer van deze tijd is.

‘We hebben een stelsel van vóór de globalisering, de digitalisering en de klimaatcrisis. Er worden nu heel andere eisen aan ondernemers gesteld; we zitten volop in de transitie naar een duurzaam en circulair businessmodel. Maar ons belastingsysteem is daarbij een sta-in-de-weg. Arbeid wordt zwaar belast en is goed voor de helft van onze totale belastingopbrengst. Maar een circulaire economie is juist arbeidsintensief. Dat vraagt in elk geval om het verkleinen van de nu bestaande kloof tussen bruto- en nettoloon. En daarnaast moeten ook de werkelijke energie- en milieukosten in producten en diensten worden doorberekend. Wij hebben daarvoor in samenwerking met de big four-kantoren tools ontwikkeld hoe dat gedaan kan worden.’

Het gevaar dat er ook in een circulaire economie voortdurend aan de knoppen van het belastingsysteem wordt gedraaid ziet ze, maar er kan wat tegen worden gedaan.

‘Het is belangrijk dat deelbelangen en uitzonderingen geen kans krijgen. Daarom moeten we kiezen voor generieke maatregelen en een langetermijnvisie. We willen een circulaire en klimaatneutrale economie, innovatie en banen. Daar moeten dan we een passend belastingstelsel bij maken. Dat is een evolutie, geen revolutie. Voor de korte termijn, na de coronacrisis, heb ik een andere prioriteit. We moeten uit alle macht de werkgelegenheid aanjagen, maar wel zonder daarbij de duurzaamheid uit het oog te verliezen.’

Bellingwout

Jaap Bellingwout reageert. Hij is het eens met Hans Biesheuvel: we moeten ophouden voortdurend aan de knoppen van het systeem te draaien.

‘Als we dat blijven doen dan brengen we het mkb verder in problemen en komen buitenlandse bedrijven niet meer naar Nederland. Ik hoor de staatssecretaris vertellen dat Financiën druk bezig is met de invoering van een nieuwe dividendbelasting en met het verder beperken van de renteaftrek. Heel stoer, kijk eens hoe alert we zijn – maar eigenlijk plaatst hij Nederland in het defensief. Andere landen zeggen dat we een belastingparadijs zijn, dus we moeten iets aan ons imago doen. Maar we zijn al lang geen belastingparadijs meer; voor zover er gaten in de vennootschapsbelasting zaten zijn die al gedicht.’

Bellingwout zou graag zien dat Nederland zich anders opstelt.

‘We moeten uit het defensief komen en op EU-niveau een leidende rol gaan spelen. We hebben veel fiscale kennis en expertise; die kunnen we inzetten. Daarnaast is het nodig dat we stoppen met bedrijven zwaardere heffingen op te leggen dan onze omringende landen doen; het is belangrijk om concurrerend te blijven. En op nationaal niveau moeten we de zaak omdraaien: liever fiscale incentives voor goed gedrag dan ongewenst gedrag extra belasten’.

Elzinga

FNV-vertegenwoordiger Tuur Elzinga vindt dat corona aantoont dat burgers zowel als bedrijven reserves nodig hebben om slechte tijden te kunnen overleven. Vet op de botten, zogezegd. Een belastingstelsel moet daarvoor faciliteiten bieden. Maar het moet bovenal eenvoudig zijn; het huidige toeslagencircuit laat het tegendeel zien. En eerlijk natuurlijk: dat moet een belastingstelsel ook zijn. Maar in de praktijk is dat lang niet altijd zo.

‘De arbeidsmarkt bijvoorbeeld kent veel oneerlijkheid. Als geheel wordt het mkb te zwaar belast, maar tegelijk kunnen dga’s via box 2 belastingbetaling eindeloos uitstellen. Dat moet veranderen. Het grootbedrijf mag gekoesterd worden, maar niet per se wat betreft de fiscaliteit. Bedrijven die hier waarde toevoegen, gebruikmaken van onze publieke voorzieningen, maar geen of weinig belasting betalen omdat ze hun winsten via allerlei constructies kunnen doorsluizen naar belastingparadijzen – dat moet echt stoppen. Internationale belastingconcurrentie heeft uitermate schadelijke gevolgen. Daar moeten we samen en gecoördineerd tegen optreden, dus ik ga graag met Bellingwout mee naar Brussel om dat te bepleiten.’

Bellingwout zegt niet direct ‘ja’ of ‘nee’ tegen deze invitatie. Wel maakt hij nog een punt.

‘We kunnen eindeloos over lagere arbeidskosten praten, maar wat we allereerst nodig hebben zijn ondernemers die banen creëren. Mkb, grootbedrijf, hoofdkantoren: ze moeten allemaal meedoen. Bestaande banen behouden en nieuwe creëren: dat is prioriteit nummer één.’
Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Henk Bergman
Bergman Publikaties BV
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/22
Judoreg
NFB3543
Publicatiedatum
2 juli 2020

X