Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving(1)
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(17)
  • Commentaar NLFiscaal(5)
  • Literatuur(1)
  • Recent(2)

De Inspecteur heeft het bezwaar van X (belanghebbende) tegen de aanslag IB/PVV 2017 betreffende de box 3-heffing gesplitst conform de aanwijzing massaal bezwaar. Hij heeft het bezwaar dat ziet op de individuele en buitensporige last afgewezen. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of de waarde van de tot de rendementsgrondslag van box 3 behorende verhuurde woning op het juiste bedrag is vastgesteld. X verhuurt de woning voor € 650 per maand (€ 7.800 per jaar) aan zijn dochter. Er is sprake van niet-geliberaliseerde woonruimte waarop huurbescherming van toepassing is.


De waarde van de verhuurde woning is op € 156.240 berekend, met toepassing van artikel 17a Uitv.besl. IB 2001. Hof Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde die voortvloeit uit de toepassing van artikel 17a Uitv.besl. IB 2001 in betekenende mate hoger is dan de werkelijke waarde van de woning in verhuurde staat op de peildatum. Het Hof ziet geen aanleiding de forfaitaire regeling van artikel 17a Uitv.besl. IB 2001 buiten aanmerking te laten. Aangezien X zijn standpunt heeft ingetrokken dat sprake is van een individuele en buitensporige last, behoeft deze stelling geen behandeling. Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
21 september 2021
Rolnummer
20/00706
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:2306
NLF-nummer
NLF 2021/2277
Aflevering
2 december 2021
bwbr0011353&artikel=5.20,bwbr0012066&artikel=17a

X