Direct naar content gaan

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) is opgericht op 21 november 2011 met als doel de overname te realiseren van vijf bedrijven die tezamen een portfolio van 460 telecommunicatiemasten hielden. Bij het opzetten van de overnamestructuur is (ook) eigen vermogen in vreemd vermogen omgezet. De Inspecteur heeft de in de aangifte vennootschapsbelasting 2015 aangegeven rente (€ 3.500.150) met toepassing van artikel 10a Wet VpB 1969 niet in aftrek toegelaten. Hij stelt primair dat de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet VpB 1969 van toepassing is omdat X onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan haar handelen in overwegende mate zakelijke beweegredenen ten grondslag hebben gelegen en dat zij dan ook niet is geslaagd in het leveren van tegenbewijs als bedoeld in artikel 10a, lid 3, Wet VpB 1969. Subsidiair stelt de Inspecteur dat de renteaftrek moet worden geweigerd met toepassing van het leerstuk van fraus legis.

Rechtbank Noord-Holland is met de Inspecteur van oordeel dat het omzetten van eigen vermogen in vreemd vermogen in zodanige mate is ingegeven door fiscale motieven, namelijk renteaftrek bij X zonder compenserende heffing op het niveau van de (uiteindelijke) crediteur, dat sprake is van gekunsteld opgeroepen rentelasten, zodat X niet is geslaagd in het tegenbewijs dat aan de onderhavige financiering in overwegende mate zakelijke overwegingen te grondslag liggen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
6 oktober 2022
Rolnummer
20/408
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:9509
bwbr0002672&artikel=10a

Naar de bovenkant van de pagina