Direct naar content gaan

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) exploiteert twee afvalwaterzuiveringsinstallaties. Zij zuivert het afvalwater en loost dit vervolgens op het oppervlaktewater. Bij dit proces wordt elektriciteit opgewekt, waarmee gedeeltelijk in de eigen elektriciteitsbehoefte wordt voorzien. De overige benodigde elektriciteit wordt extern ingekocht. Op sommige momenten overstijgt de hoeveelheid opgewekte elektriciteit de eigen behoefte. Op die momenten wordt het overschot teruggeleverd aan het elektriciteitsnet.

De Inspecteur heeft aan X voor de jaren 2012 en 2013 aanslagen vpb opgelegd. In geschil is of de aanslagen terecht zijn opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of X vanaf 21 december 2012 – het moment waarop 100% van haar aandelen middellijk gehouden wordt door lagere overheden – is onderworpen aan vennootschapsbelasting. Vanaf die datum wordt X aangemerkt als indirect overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 2, lid 7, Wet VpB 1969 (tekst 2012 en 2013).

Y (bv), houdster van deelnemingen die een energiedistributiebedrijf uitoefenen, houdt een middellijk belang in X. De vraag is of aan Y een distributiebedrijf toebehoort als bedoeld in de Wet energiedistributie. Naar het oordeel van Rechtbank Den Haag is dit het geval. Gelet hierop is X op grond van de meetrekregeling (artikel 2, lid 7, onderdeel e, Wet VpB 1969) onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Het beroep op gewekt vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De aanslagen zijn terecht opgelegd.

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2012-2013
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
21 oktober 2020
Rolnummer
19/6852; 19/6853
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:10943
Auteur(s)
Gert-Jan de Ruiter
Deloitte
NLF-nummer
NLF 2020/2499
Aflevering
19 november 2020
Judoreg
NFB3823
bwbr0002672&artikel=2

Naar de bovenkant van de pagina