Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(33)
  • Commentaar NLFiscaal(14)
  • Literatuur(3)
  • Recent(4)

X (belanghebbende) drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Zijn echtgenote verricht enkele uren per week of per maand werkzaamheden voor de onderneming waarvoor X haar jaarlijks een vergoeding van € 1.500 toekent. X wenst dat bedrag als vergoeding voor vrijwilligerswerk ten laste van het resultaat van zijn onderneming te brengen. Bij het vaststellen van de aanslagen heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de vergoedingen op grond van artikel 3.16, lid 4, Wet IB 2001 niet voor aftrek in aanmerking komen.

X heeft cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad verklaart dat ongegrond.

Anders dan de klachten veronderstellen, bestaat er geen verband tussen de in artikel 3.16, lid 4, Wet IB 2001 opgenomen aftrekbeperking en de in artikel 2, lid 6, Wet LB 1964 opgenomen uitsluiting van vrijwilligers van het begrip werknemer voor de heffing van loonbelasting. Het Hof mocht daarom voorbijgaan aan het betoog van X dat zijn onderneming – mede gelet op de toelichting op de website van de Belastingdienst – moet worden aangemerkt als een lichaam in de zin van artikel 2, lid 6, Wet LB 1964.

X betoogt ook tevergeefs dat de aftrekuitsluiting discriminerend is en het recht op gelijkwaardigheid ontkent.

Volgens de Hoge Raad kan niet worden gezegd dat de regeling van artikel 3.16, lid 4, Wet IB 2001, doordat zij enkel geldt voor beloningen, in het desbetreffende jaar, van minder dan € 5.000 die worden betaald aan de partner van de belastingplichtige, evident van redelijke grond is ontbloot. Er doet zich geen door artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM en artikel 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM verboden ongelijke behandeling voor.

Anders Conclusie A-G Niessen (NLF 2020/1692, met noot van Dusarduijn).

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014, 2015, 2016
Instantie
HR
Datum instantie
18 februari 2022
Rolnummer
20/00058
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:273
Auteur(s)
Sonja Dusarduijn
Tilburg University
NLF-nummer
NLF 2022/0452
Aflevering
3 maart 2022
Judoreg
NFB4852
bwbr0011353&artikel=3.16,bwbr0011353&artikel=3.16&lid=4,bwbr0011353&artikel=3.16

X