Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(36)
  • Jurisprudentie(371)
  • Commentaar NLFiscaal(32)
  • Literatuur(27)
  • Recent(22)
  • Soft Law(48)

De ondernemingsactiviteiten van X (belanghebbende) bestaan uit de handel in gebruikte motorvoertuigen en het verzorgen van exportdocumenten voor de uitvoer van motorvoertuigen.

In geschil is een aan X opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting.

X heeft aangevoerd dat de RDW leges in rekening heeft gebracht voor het afmelden van kentekens bij de RDW, en dat hij deze kosten heeft doorberekend aan zijn klanten. Volgens X moeten deze doorberekende leges als doorlopende post of als uitschot van belasting worden aangemerkt en dus behoren ze niet tot de vergoeding voor zijn diensten (ingevolge artikel 8, lid 5, aanhef en onderdeel a, Wet OB 1968).

X heeft niet aannemelijk gemaakt, dat en voor welk bedrag leges aan de RDW zijn betaald en dat en voor welk bedrag deze (gestelde) leges zijn doorberekend door X. Het voorgaande betekent dat alle door X ontvangen bedragen voor de door hem verleende diensten bestaande uit het afmelden van kentekens bij de RDW, tot de vergoedingen behoren.

X maakt verder niet aannemelijk dat diensten zijn verricht aan (buitenlandse) ondernemers.

Rechtbank Noord-Holland verwerpt ook de stelling dat sprake is van vrijgestelde diensten in de zin van artikel 11, lid 1, onderdeel k, Wet OB 1968.

Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2012-2016
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
6 mei 2022
Rolnummer
21/2034; 21/3220
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:3887
NLF-nummer
NLF 2022/1113
Aflevering
9 juni 2022
bwbr0002629&artikel=11,bwbr0002629&artikel=11

X