Direct naar content gaan

Samenvatting

Fenix, die voor btw doeleinden geregistreerd is in het Verenigd Koninkrijk, exploiteert een onlineplatform dat gewijd is aan een socialmediasite die bekend staat als ’OnlyFans’ (hierna: platform), waarover zij de exclusieve controle heeft. Het platform richt zich tot gebruikers, te weten Creators en Fans, uit de hele wereld.
Creators hebben een profiel en kunnen inhoud zoals foto’s en video’s naar hun profiel uploaden en posten. Creators verdienen geld aan inhoud en Fans betalen voor inhoud. Fenix rekent de Creator een vergoeding van 20% aan voor verrichte diensten, in de vorm van een inhouding op het door de Fan betaalde bedrag.
De belastingdienst heeft aan Fenix op basis van artikel 9 bis Uitvoeringsverordening 282/2011 (hierna: artikel 9 bis) belastingaanslagen opgelegd. Fenix had de btw niet op de grondslag van de inhouding van 20%, maar op de grondslag van alle door de Fans betaalde bedragen moeten afdragen, aldus de belastingdienst.
Volgens de verwijzende rechter zou de belastingdienst de betrokken belastingaanslagen hebben vastgesteld uitsluitend op basis van artikel 9 bis, zonder de toepassing van artikel 28 Btw richtlijn als zodanig te onderzoeken. Zij heeft twijfels over de geldigheid van artikel 9 bis en heeft hierover aan het HvJ een prejudiciële vraag gesteld.
A-G Rantos meent dat de Raad van de Europese Unie met de vaststelling van artikel 9 bis de uitvoeringsbevoegdheid die hem bij artikel 291, lid 2, VWEU en artikel 397 Btw richtlijn is toegekend, gelet op artikel 28 van die richtlijn, niet heeft overschreden en dat artikel 9 bis dus geldig is.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
juli 2017 tot januari 2020
Instantie
A-G HvJ
Datum instantie
15 september 2022
Rolnummer
C‑695/20
ECLI
ECLI:EU:C:2022:685
celex32006l0112&artikel=28

Naar de bovenkant van de pagina