Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

X (belanghebbende), woonachtig in Nederland, werkte in 2014 in loondienst voor een in Zwitserland gevestigde werkgever. De werkzaamheden vonden plaats aan boord van een pijplegschip dat onder Panamese vlag vaart. Het schip is in 2014 ingezet voor een zevental pijplegprojecten in de wateren voor de kust van Australië, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Noorwegen, Nederland en de Verenigde Staten.

Het geschil spitst zich toe op de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wat betreft de aan Zwitserland toe te rekenen werkzaamheden. De Inspecteur stelt dat de heffingsbevoegdheid ter zake van het loon uit de dienstbetrekking is toegewezen aan Nederland, zodat geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting behoeft te worden gegeven. De vraag die daarbij voorligt, is of het pijplegschip ‘in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd’ als bedoeld in artikel 15, lid 3, Verdrag Nederland-Zwitserland.

Hof Arnhem-Leeuwarden beantwoordt de vraag ontkennend. Het Hof overweegt dat het schip in het onderhavige jaar primair is bestemd voor het leggen van pijpen voor olie- en gastransport, en dat het vervoer van (personen en) de projectlading op het schip bijkomstig is aan die activiteit. Er kan volgens het Hof niet worden gezegd dat de resultaten uit de exploitatie van het schip rechtstreeks verband houden met commercieel vervoer van personen en goederen per schip in internationaal verkeer en daarmee samenhangende en bijkomstige activiteiten.

Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond.

Metadata

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
19 juli 2022
Rolnummer
20/00561
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:6280
NLF-nummer
NLF 2022/1530
Aflevering
4 augustus 2022

Naar de bovenkant van de pagina