Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De Inspecteur stelt na een boekenonderzoek voor de btw dat de ijzerhandel van X (belanghebbende) in 2016 geen bron van inkomen voor de inkomstenbelasting is. Hij heeft de aangegeven negatieve winst uit onderneming van € 30.984 bij de aanslag IB/PVV 2016 gecorrigeerd.

Partijen houdt verdeeld of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting.

X heeft geen resultaten aangegeven in zijn aangiften IB/PVV 2014, 2015 en 2017. Naast het aangegeven negatieve resultaat voor onderhavig jaar, heeft X voor 2018 een winst van € 500 bij een omzet van € 1.000 aangegeven en voor 2019 een winst van € 500 bij een omzet van € 1.250.

Gelet op de aangegeven resultaten is over de periode van 2014 tot en met 2019 een (aanzienlijk) negatief resultaat behaald. Weliswaar is een positief resultaat aangegeven over 2018 en 2019 maar het betreft ‘ronde’ getallen voor de omzet en kosten, hetgeen erop wijst dat mogelijk sprake is van een schatting.

X heeft volgens Rechtbank Noord-Holland niet aannemelijk gemaakt dat in 2016 sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. De Rechtbank neemt in haar oordeelsvorming onder meer mee dat het bedrijf op 31 oktober 2017 uitgeschreven is bij de Kamer van Koophandel en X sinds 1 oktober 2016 een fulltime dienstbetrekking heeft.

Het beroep is ongegrond. De verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte van € 369 blijft in stand. Er is geen sprake van avas.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
13 september 2021
Rolnummer
20/3689
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:12124

X