Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Kort na het neerhalen van vlucht MH17 werd een relatie gelegd tussen deze ramp en de fiscaliteit. De producent van onderdelen van de lanceerinstallatie van de raket waarmee het vliegtuig werd neergehaald had mogelijk een brievenbusfirma aan de Amsterdamse Zuidas, zo bleek uit Kamervragen die in de zomer van 2014 werden gesteld. Fred van Horzen schreef daarover eerder in dit medium (zie ‘Kernwapens de wereld uit: te beginnen uit de brievenbus!’, NLF Opinie 2018/66). Ruim tien jaar geleden vond op Nederlandse bodem een andere vliegramp plaats. Een Boeing van Turkish Airlines stortte neer, kort voor de landing op Schiphol. Dat ook deze ramp een link heeft met de fiscaliteit blijkt uit een recente uitspraak van Hof Den Bosch.

Het afpakteam in actie

Deze zaak van Hof Den Bosch1 gaat over een persoon die tijdens de ramp gewond is geraakt. In 2009, 2010 en 2012 ontving hij schadevergoedingen van zowel Boeing als Turkish Airlines, van in totaal ruim € 2 miljoen (na aftrek advocaatkosten).

Tot aan de ramp dreef hij een onderneming bestaande uit de handel in bad- en bedtextiel. Kennelijk was deze onderneming niet echt een pot met goud, zo blijkt uit de uitspraak. Uit de uitspraak blijkt tevens dat de ontvangen schadevergoeding werd uitbetaald op een buitenlandse bankrekening, waarbij kennelijk het saldo van de bankrekening niet als box 3-vermogensbestanddeel werd verantwoord.

In 2012 koopt belastingplichtige een vervoermiddel (een BMW uit de 7-serie) waarbij hij een deel van de koopprijs in contanten voldoet. Dit leidt tot een melding van een ongebruikelijke transactie die op het bureau van de FIOD belandt die vervolgens het ‘Integraal Afpakteam Brabant’ aan het werk zet. Er worden vragen gesteld aan de accountant van belanghebbende. Uit het antwoord op die vragen blijkt dat belanghebbende schadevergoedingen van Boeing en Turkish Airlines heeft ontvangen. Tijdens een gesprek ter inspectie over nadere details van de uitkering zegt belanghebbende verder geen stukken te hebben. De Inspecteur heeft daarop aangeboden contact te leggen met belanghebbendes advocaat die betrokken was bij de claim op Boeing en Turkish Airlines. Uit de stukken die de advocaat naar aanleiding van het telefoongesprek met de Inspecteur aan belanghebbende ter beschikking stelde, blijkt dat in het verzoek ter onderbouwing van de claim tot schadevergoeding een rooskleuriger beeld van de inkomens- en vermogenspositie van belanghebbende wordt geschetst dan uit zijn aangiften inkomstenbelasting naar voren kwam. Zo bezat hij tevens een onderneming in het buitenland die jachten verhuurde en verhuurde hij ook buitenlands onroerend goed, activiteiten die niet uit zijn IB-aangifte bleken. Zijn jaarinkomen zou blijkens de claim meer dan € 100.000 bedragen.

In juli 2014, ruim een week voor de ramp met MH17, wordt de woning van belanghebbende bezocht door het afpakteam, bestaande uit twee deurwaarders, twee politierechercheurs en de Inspecteur. Tijdens dat bezoek worden navorderingsaanslagen IB 2009, 2010 en 2012 inclusief boete uitgereikt, waarbij de brutoschadevergoeding in het inkomen wordt begrepen. De navorderingsaanslagen zijn dadelijk en ineens invorderbaar verklaard.

Ten tijde van de inval door het afpakteam was belanghebbende niet thuis, maar zijn echtgenote wel. Tijdens het bezoek verschaft het team zich toegang tot een kast met ordners en plastic mappen met administratie. De Inspecteur neemt de ordners mee naar de inspectie. Een van de ordners bevatte correspondentie tussen belanghebbende en zijn advocaat. Naar aanleiding van deze correspondentie stelt de Inspecteur vervolgens een groot aantal vragen aan belanghebbende die belanghebbende weigert te beantwoorden wegens schending van het verschoningsrecht van de advocaat. Ook tracht de Inspecteur de gevraagde informatie te verkrijgen van de advocaat van belanghebbende. In de onderhavige procedure draait het onder andere om de vraag of de ordner met daarin de correspondentie tussen belanghebbende en zijn advocaat onder het verschoningsrecht van de advocaat viel, een vraag die door het Hof bevestigend is beantwoord.

Een aantal observaties

Deze uitspraak geeft mij aanleiding tot het maken van een aantal observaties.

  1. De Belastingdienst rekent de schadevergoeding tot het inkomen uit werk en woning (box 1). De vraag is of dat terecht is. Richtinggevend is onder andere een arrest van de Hoge Raad uit 2006.2 Van belang is ter zake waarvan de schadevergoeding wordt toegekend. Indien de schadevergoeding wordt verstrekt ter zake van het verlies aan arbeidskracht van de ondernemer, is de schadevergoeding onbelast. Als het gaat om een vergoeding van gederfde en te derven winst uit onderneming, is de schadevergoeding belast. Het is uit de uitspraak niet duidelijk of de Inspecteur zich daarin heeft verdiept voorafgaand aan de inval.
  2. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2019 is een door Renske Leijten en Helma Lodders ingediende motie aanvaard over de fiscale behandeling van letselschade-uitkeringen. In de motie wordt onder andere verzocht om in kaart te brengen wat het financiële beslag zou zijn indien letselschade-uitkeringen zouden worden uitgezonderd van de rendementsgrondslag (box 3).3 Door de uitkering buiten de rendementsgrondslag te houden, handelde de belanghebbende proactief in de geest van de motie van Leijten en Lodders. Naar aanleiding van de motie Leijten/Lodders heeft staatssecretaris Snel op 8 juli 2019 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd.4 Daaruit blijkt dat geen renseignering plaatsvindt door verzekeraars van uitgekeerde letselschades. Het ontbreken van renseignering doet mij vermoeden dat er nog veel meer werk aan de winkel is voor de afpakteams van de Belastingdienst. Een nadere kabinetsreactie over eventuele aanpassing van de vermogensrendementsheffing ter zake van letselschade-uitkeringen en het budgettaire beslag is volgens de staatssecretaris te verwachten op Prinsjesdag 2019.
  3. Het buiten het zicht houden van de fiscus van inkomen en vermogen kan niet worden geaccepteerd. Ik vraag me wel af hoe er in de publiciteit gereageerd zou worden indien nabestaanden van slachtoffers van de MH17-ramp zouden worden bezocht door een afpakteam bij het vermoeden dat de nabestaanden of de slachtoffers niet aan hun fiscale verplichtingen hebben voldaan en het afpakteam dezelfde tactieken toe zou passen als in de onderhavige casus. Ik kan me zomaar voorstellen dat Russische trollen nu bezig zijn om valse informatie in de krakkemikkige databestanden van de Belastingdienst te plaatsen in de hoop dat de afpakteams aan de slag gaan met alle maatschappelijke commotie van dien.
  4. Tot slot nog het volgende. Het is goed gebruik om uitspraken te anonimiseren. Uit de onderhavige uitspraak valt echter te kennen dat belanghebbende van Turkse afkomst is en zijn echtgenote van Marokkaanse afkomst. Is hier sprake van een vergissing bij het anonimiseren of is wellicht sprake van etnisch profileren of is anderszins sprake van een poging tot stemmingmakerij of beïnvloeding van de lezer? Wat interesseert ons nationaliteit, herkomst, ras, religie of geaardheid van een belastingplichtige? Ik ben benieuwd of de fractie van Denk nog aanleiding ziet om naar aanleiding daarvan kritische vragen te stellen.
Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/34
Judoreg
NFB2615
Publicatiedatum
18 juli 2019

X