Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(177)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(25)

X (belanghebbende) is in december 2019 naar Marokko vertrokken voor een begrafenis en kon begin 2020 niet meer terugkeren naar Nederland vanwege de coronacrisis. Hij was op 19 juli 2020 weer terug in Nederland. X woont bij zijn ouders. Tijdens zijn afwezigheid zijn aan X 32 naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren op dezelfde parkeerplaats gedurende de periode van 3 maart 2020 tot en met 8 april 2020. X had een parkeervergunning voor deze parkeerplaats die geldig was tot en met 29 februari 2020. Zijn zus heeft voor hem een nieuwe parkeervergunning aangevraagd die geldig was vanaf 9 april 2020.

In de bezwaarfase zijn negen naheffingsaanslagen vernietigd. In geschil is of de resterende 23 naheffingsaanslagen terecht aan X zijn opgelegd.

In het onderhavige geval heeft per kalenderdag één controle plaatsgevonden door een scanauto en zijn de naheffingsaanslagen in beginsel terecht aan X opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant is echter van oordeel dat er een moment komt waarop het opstapelen van naheffingsaanslagen zo nadelig is voor de burger dat dit in strijd komt met de algemene rechtsbeginselen en datgene wat van een zorgvuldig handelende overheid mag worden verwacht.

Eén telefoontje of een keer bij de ouders aanbellen had zowel de Heffingsambtenaar als X een hoop moeite en kosten kunnen besparen en bovendien eerder tot het – vanuit het oogpunt van parkeerregulering – gewenste resultaat kunnen leiden. Het onder deze omstandigheden opleggen van 23 naheffingsaanslagen acht de Rechtbank daarom disproportioneel en in strijd met wat van een zorgvuldig handelende overheid kan worden verwacht.

Van de 23 naheffingsaanslagen laat de Rechtbank er vijf in stand. De Rechtbank ziet geen aanleiding om ook deze vijf naheffingsaanslagen te vernietigen omdat het op de weg van X had gelegen dat iemand zijn post in de gaten zou houden nu voor hem duidelijk was dat zijn verblijf in Marokko langer zou duren dan gepland en zijn bejaarde ouders daar niet toe in staat waren.

Zie ook de idem-zaak (NLF 2022/0150).
Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
14 maart t/m 15 april 2020
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
21 december 2021
Rolnummer
20/8881
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:6524
NLF-nummer
NLF 2022/0122
Aflevering
13 januari 2022
bwbr0005416&artikel=225

X