Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) werkte in de jaren 2011 en 2013 aan boord van een motortankschip. Zijn werkgever is in Luxemburg gevestigd. De Luxemburgse autoriteiten hebben op 16 maart 2007 aan X een E106-verklaring afgegeven, waarin Luxemburgse socialezekerheidswetgeving op hem van toepassing is verklaard vanaf 27 februari 2007.

X stelt dat hij in 2011 en 2013 niet premieplichtig is voor de PVV (althans voor de AWBZ/Zvw).

Hof Arnhem-Leeuwarden geeft X geen gelijk. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur niet gebonden is aan de afgegeven E106-verklaring. De Inspecteur is voorts bevoegd om de verzekerings- en premieplicht vast te stellen, ook al ontbreekt een A1-verklaring. Tussen partijen is niet in geschil dat op grond van de bepalingen van de Rijnvarendenovereenkomst X verplicht verzekerd en premieplichtig is voor de PVV.

Het verzoek tot regularisatie – mede ingegeven door verstrekkende financiële gevolgen (mogelijke terugbetalingsverplichting van genoten Luxemburgse uitkeringen) wanneer de Nederlandse socialezekerheidswetgeving wordt aangewezen – kan niet in deze procedure in de fiscale kolom aan de orde komen, reeds omdat de Inspecteur niet het daartoe bevoegde orgaan is.

Het Hof oordeelt verder onder meer dat er geen rechtsgrond is die inhoudt dat door Luxemburg geheven premies moeten worden verrekend met door de Inspecteur te heffen PVV (zie HR 10 juli 2020, 19/04564, ECLI:NL:HR:2020:1150, NLF 2020/1706, met noot van Van de Ven).

X is terecht aangemerkt als verplicht verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen in de jaren 2011 en 2013. Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Sociale verzekeringen
Belastingtijdvak
2011 en 2013
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
29 maart 2022
Rolnummer
20/00490; 20/00491
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:2512
NLF-nummer
NLF 2022/0812
Aflevering
21 april 2022

X