Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(58)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(2)

Samenvatting

In deze KB-Lux-zaak is de redelijke termijn voor de behandeling van een (hoger) beroep zowel bij de Rechtbank als het Hof fors overschreden.
Daarom bestond in beginsel aanleiding de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie) te veroordelen tot vergoeding van de daaraan toe te rekenen immateriële schade. In verband daarmee had het Hof de Minister van Veiligheid en Justitie in de gelegenheid moeten stellen als partij aan het geding deel te nemen, oordeelt de Hoge Raad.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat als er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, recht bestaat op een schadevergoeding van € 500 per half jaar. Dit geldt ook als dit leidt tot een schadevergoeding die hoger is dan het bedrag aan belasting waarop het geschil betrekking heeft.
Wel kan hierop een uitzondering worden gemaakt voor het geval het geschil betrekking heeft op een zeer gering belang.
In een dergelijk geval bestaat geen aanleiding om uit te gaan van de veronderstelling dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij de belastingplichtige heeft veroorzaakt. Bij het ontbreken van zodanige spanning en frustratie kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, aldus de Hoge Raad.

Metadata

Belastingtijdvak
2001 en 2003
Instantie
HR
Datum instantie
29 november 2013
Rolnummer
12/04301
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:1361
bwbid=bwbr0&artikel=8:73

Naar de bovenkant van de pagina