Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(776)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(32)

De WOZ-waarde van een onroerende zaak is voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 3.869.000. Het betreft een hotel/congresgebouw, gevestigd in een voormalig klooster, in de gemeente Deurne.

X (belanghebbende), gebruiker van de onroerende zaak, heeft beroep ingesteld.

Rechtbank Oost-Brabant heeft op 10 februari 2022 in een procedure over het belastingjaar 2020 (ECLI:NL:RBOBR:2022:393) geoordeeld dat de Heffingsambtenaar de taxatiewijzer hotels i.p.v. verzorging had moeten toepassen. Naar aanleiding van die uitspraak heeft de Heffingsambtenaar in deze zaak over belastingjaar 2019 op basis van de taxatiewijzer hotels een nieuwe taxatie ingediend. Hoewel dat binnen tien dagen voor de zitting was, is dat in dit geval niet in strijd met de goede procesorde, oordeelt de Rechtbank. X heeft de taxatie voor de zitting ontvangen maar ervoor gekozen die niet te bestuderen, terwijl niet is gebleken dat het voor haar onmogelijk was dat te doen. Met die taxatie heeft de Heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.

X bepleit een waarde van € 3.000.000. Haar standpunt dat op zowel de waardepeildatum als de toestandspeildatum de onroerende zaak werd verbouwd en niet (als hotel) in gebruik was, faalt echter.

De Heffingsambtenaar heeft gewezen op een persbericht waaruit blijkt dat de onroerende zaak op 25 juni 2017 is geopend (‘Opening Fletcher hotel Willibrordhaeghe trekt veel bekijks’). Verder geeft de taxateur aan dat hij in november 2017 de onroerende zaak beroepshalve heeft bezocht en toen heeft geconstateerd dat de onroerende zaak als hotel volop in bedrijf was. De Rechtbank komt daarom tot de conclusie dat X haar bepleite waarde niet aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep is ongegrond.

De Rechtbank wijst de Heffingsambtenaar er opnieuw op dat hij zijn toon richting de Rechtbank moet matigen (vgl. ECLI:NL:RBOBR:2022:213, NLF 2022/0541, met noot van Berns en ECLI:NL:RBOBR:2022:692, NLF 2022/0562.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2019
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum instantie
25 maart 2022
Rolnummer
20/81
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:992
NLF-nummer
NLF 2022/0810
Aflevering
21 april 2022
bwbr0007119&artikel=17,bwbr0007119&artikel=17

X