Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

In 1985 vond, met terugwerkende kracht voor de jaren 1981 tot en met 1985, een aanpassing plaats van de bezoldiging van de personeelsleden van het Benelux-Merkenbureau en van het Benelux-Bureau voor Tekeningen en Modellen. X (belanghebbende) ontving in 1985 een bedrag ineens van ƒ 70.690. Bij elf van de daarvoor in aanmerking komende werknemers is het bijzonder tarief van artikel 57, lid 2, Wet IB 1964 toegepast op het gedeelte van het bedrag ineens dat betrekking had op de aanpassing van de salarissen voor de jaren 1981 tot en met 1984. De aanslagen van zeven van deze werknemers zijn vastgesteld door de Inspecteur tot wiens ambtsgebied X behoort.
De klacht van X waarin aan Hof Den Haag wordt verweten ervan te hebben afgezien hem als getuige te horen, faalt. Er bestaat geen aanleiding om, zonder daartoe strekkende wettelijke bepaling, aan te nemen dat een partij in belastingzaken als getuige kan worden gehoord.
Het Hof heeft voorts geoordeeld dat op het bedrag van ƒ 70.690 niet het bijzondere tarief van toepassing is. Bij de overige werknemers is wel het bijzondere tarief toegepast.
Tussen partijen is niet in geschil dat door het onderhavige verschil in behandeling het gelijkheidsbeginsel is geschonden. De hiervoor genoemde personeelsleden moeten worden beschouwd als een groep gelijke gevallen.
De zaak wordt door de Hoge Raad verwezen. Onderzocht moet nog worden of de toepassing door de Inspecteur van het bijzondere tarief heeft plaatsgevonden bij de meerderheid van de hier bedoelde personeelsleden voor zover die tot het ambtsgebied van de Inspecteur behoorden.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1985
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
17 juni 1992
Rolnummer
27.048
ECLI
ECLI:NL:HR:1992:BH8123

Naar de bovenkant van de pagina