Direct naar content gaan

Samenvatting

X (appellant) heeft bij de Belastingdienst een WOB-verzoek ingediend. Hij verzoekt daarin alle dossiers en informatie die de Belastingdienst vanaf 1 januari 1996 over hem heeft met toepassing van de WOB. Het betreft onder meer de bij hem in beslag genomen agenda’s, kentekenbewijzen van auto’s, aangiftes door zijn boekhouder en verslagen en/of memo’s in het kader van zijn aanslagen.

De staatssecretaris heeft het WOB-verzoek afgewezen op grond van de geheimhoudingsplicht van artikel 67, lid 1, AWR. De staatssecretaris heeft het daartegen gerichte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat alleen een vordering kan worden ingesteld bij de belastingrechter.

Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat de staatssecretaris het WOB-verzoek terecht heeft afgewezen met een verwijzing naar de geheimhoudingsplicht van artikel 67, lid 1, AWR. Volgens de Rechtbank had de staatssecretaris het bezwaar tegen de afwijzing van het WOB-verzoek evenwel ongegrond moeten verklaren in plaats van niet-ontvankelijk. Daarom heeft de Rechtbank dit alsnog zelf gedaan.

X heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart dat ongegrond.

Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen is artikel 67, lid 1, AWR een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter die prevaleert boven de WOB. Met een verwijzing naar artikel 67 AWR is de afwijzing van het verstrekken van de in het WOB-verzoek gevraagde informatie voldoende gemotiveerd.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
1 januari 1996 e.v.
Instantie
Raad van State
Datum instantie
16 november 2022
Rolnummer
202104347/1/A3
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3317
Auteur(s)
Nicoline Bergman
Belastingdienst Grote ondernemingen
NLF-nummer
NLF 2022/2390
Aflevering
8 december 2022
Judoreg
NFB5375
bwbr0002320&artikel=67&lid=1,bwbr0002320&artikel=67&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina