Direct naar content gaan

Samenvatting

In deze WOZ-zaak heeft X (bv; belanghebbende) een verzoek tot wraking gedaan van mr. Van Leijenhorst, lid van de belastingkamer van Hof Den Haag die de hoofdzaak behandelt.
Er is sprake van een proefproces, dat gaat over de toepassing van artikel 16 Wet WOZ.
Mr. Van Leijenhorst is samen met auteur A en twee anderen co-auteur van een boek over de Wet WOZ.
Auteur A, medewerker van de Waarderingskamer, is volgens X ook betrokken bij het onderhavige proefproces. Niet uit te sluiten is dat A en mr. Van Leijenhorst wegens hun co-auteurschap een persoonlijke relatie hebben en over de juridische materie van dit proefproces hebben gesproken. Daarmee is de schijn van vooringenomenheid van mr. Van Leijenhorst gewekt, aldus X.
Volgens de wrakingskamer van Hof Den Haag is het wrakingsverzoek echter gebaseerd op vage vermoedens, die geen objectieve rechtvaardiging vormen voor de gestelde vrees van vooringenomenheid. De wrakingskamer wijst er hierbij onder meer op dat betrokkenheid als auteur bij een wetenschappelijke uitgave over de WOZ geen schijn van vooringenomenheid oplevert bij de materie die in de hoofdzaak speelt. Dit geldt temeer nu de relevante passage in het boek neutraal en wetenschappelijk van aard is. Voorts werkt A al geruime tijd niet meer bij de Waarderingskamer. Hij heeft slechts geadviseerd in de bezwaarfase en is daarna niet meer bij het geschil betrokken geweest.
Het verzoek tot wraking wordt afgewezen.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
niet bekend
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
6 oktober 2022
Rolnummer
22/00255
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2098
bwbr0005537&artikel=8:15

Naar de bovenkant van de pagina