Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(32)
  • Commentaar NLFiscaal(11)
  • Literatuur(1)
  • Recent(6)

Op 21 augustus 2016 is erflaatster overleden. Tot haar vermogen behoorde 100% van de aandelen in A (bv). De activiteiten van de bv bestonden uit de verhuur van een showroom aan een derde en het uitvoeren van een pensioenvoorziening voor erflaatster.

De erfgenamen van erflaatster zijn haar dochter en haar zoon (belanghebbenden).

Bij Rechtbank Gelderland is in geschil of de dochter en de zoon recht hebben op toepassing van de doorschuiffaciliteit van artikel 4.17a, lid 1, onder a, Wet IB 2001 (de doorschuiffaciliteit).

De dochter en de zoon stellen zich op het standpunt dat een deel van het fictieve vervreemdingsvoordeel betrekking heeft op ondernemingsvermogen, waarvoor de zogenoemde doorschuiffaciliteit geldt. Er is volgens hun sprake van meer dan normaal vermogensbeheer en arbeid gericht op het behalen van een bovengemiddeld rendement van 12% per jaar.

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat het aanmerkelijk belang in de vennootschap niet kwalificeert als ondernemingsvermogen waarvoor de doorschuiffaciliteit geldt. Met arbeid van 20 uur per maand is geen sprake van arbeid die naar aard en omvang meer omvat dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer. Bovendien wordt met een rendement van 12% per jaar voor bedrijfsruimte niet voldaan aan de voorwaarde dat de arbeid gericht is op het behalen van een bovengemiddeld rendement.

De Rechtbank is met de Inspecteur van oordeel dat de werkzaamheden naar aard en omvang gebruikelijk zijn bij normaal vermogensbeheer, zodat reeds hierom niet kan worden geoordeeld dat erflaatster een materiële onderneming dreef. Dit betekent dat de dochter en de zoon de volle aanmerkelijk belangclaim op de aandelen in de vennootschap moeten afrekenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
18 oktober 2021
Rolnummer
19/6449
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:5527
bwbr0011353&artikel=4.17a

X