Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(200)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(24)
  • Recent(17)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Vennoot 1, zijn echtgenote (vennoot 2) en zijn dochter (vennoot 3) exploiteerden in de periode 2015 tot en met 2018 vanuit een vof (X; belanghebbende) een kledingwinkel. Aan X is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken gelegen in voornoemde periode. Bij gelijktijdige beschikking heeft de Inspecteur over het tijdvak 2018 een vergrijpboete op grond van artikel 67f AWR opgelegd van 50%.

Ter zake van de tijdvakken gelegen in de periode 1 februari 2014 tot en met 31 december 2017 is vennoot 1 op grond van artikel 69 AWR veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk vanwege het op meerdere momenten opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

In geschil is of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de vergrijpboete over het tijdvak 2018 niet is opgelegd in strijd met het una-via-beginsel. De keuze om ter zake van het tijdvak 2018 een bestuursrechtelijke boete op te leggen is ook niet in strijd met het verbod van willekeur. Wel ziet de Rechtbank aanleiding tot matiging van de boete, omdat X twee keer het traject van een ‘criminal charge’ heeft moeten ondergaan en zonder verklaring is gebleven waarom bij eenzelfde feitencomplex over de periode 2014 tot en met 2018 langs twee wegen bestraffend is opgetreden. Een boete van 50% van de nageheven omzetbelasting staat naar het oordeel van de Rechtbank niet in verhouding tot het met de vergrijpboete te dienen doel. De Rechtbank matigt de boete daarom met 10% tot € 13.039.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
1 januari 2015 t/m 31 december 2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
8 december 2021
Rolnummer
20/8579
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:6302
Auteur(s)
Ivo Krukkert
Belastingdienst
NLF-nummer
NLF 2022/0201
Aflevering
27 januari 2022
Judoreg
NFB4781
bwbr0002320&artikel=67f,bwbr0002320&artikel=69,bwbr0005537&artikel=5:44,bwbv0001000&artikel=6

X