Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(11)
  • Jurisprudentie(250)
  • Commentaar NLFiscaal(2)
  • Literatuur(42)
  • Recent(9)
  • Soft Law(10)

X (bv; belanghebbende) drijft een notariskantoor en verleent uiteenlopende notariële diensten. Zij heeft een grote commerciële vastgoedpraktijk. Voor haar activiteiten beschikt X over een derdengeldenrekening, waartoe zij is verplicht op grond van artikel 25 Wet op het notarisambt. Door de aard van de praktijk van X stonden met grote regelmaat zeer grote bedragen op deze rekening.

Op de derdengeldenrekening is door de bank rente vergoed die door X is genoten. In 2011 gaat het om een bedrag van € 114.130, in 2012 om € 113.184 en in 2013 om € 119.215. Deze rente hoefde X niet aan de rechthebbenden van het tegoed op deze rekening te vergoeden, omdat zij verband houdt met gelden die slechts voor zeer korte duur op de rekening hebben gestaan. Zonder rekening te houden met de rente heeft X in genoemde jaren vergoedingen voor diensten ontvangen ten belope van € 1.487.592, € 1.342.830 resp. € 1.319.854.

In geschil is of deze rente voor de berekening van de pro-rata-aftrek in de heffing moet worden betrokken.

Volgens Rechtbank Noord-Holland is dat het geval. Het genieten van rente in verband met het aanhouden van de derdengeldenrekening door X vormt een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van haar belastbare activiteit als notariskantoor. Bovendien wijst het relatieve aandeel van het bedrag van de genoten rente in het totaal van de opbrengsten van X erop dat in de voorliggende jaren geen sprake was van een bijkomstigheid. De door X genoten rente is reeds om die redenen geen omzet uit bijkomstige financiële handelingen die op grond van (de rechtstreekse werking van) artikel 174, lid 2, Btw-richtlijn buiten beschouwing kan blijven bij het bepalen van het pro rata.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2011-2013
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
7 april 2022
Rolnummer
20/3723; 20/3725
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:4656
NLF-nummer
NLF 2022/1214
Aflevering
23 juni 2022
bwbr0002629&artikel=1,bwbr0002629&artikel=1,bwbr0002629&artikel=11&lid=1,bwbr0002629&artikel=11&lid=1,celex32006l0112&artikel=174,celex32006l0112&artikel=174

X