Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(169)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(7)

X (belanghebbende) is eigenaar van een schip. Het betreft een opduwer, wat inhoudt dat het schip naar bouw en inrichting bestemd is voor het duwen en slepen van andere schepen. Het schip is gebouwd in 1926, beschikt over een ééncilinder dieselmotor en heeft een lengte van niet meer dan tien meter.

X gebruikt het schip als recreatievaartuig en beschikt sinds 2003 over een ligplaatsvergunning voor het schip. Het betreft een vergunning voor recreatievaartuigen.

Op basis van de Verordening op de heffing en invordering van Brug-, schut- en havengelden 2020 gemeente Utrecht en de bijbehorende en daarvan deel uitmakende Tarieventabel is aan X havengeld in rekening gebracht voor de toegekende ligplaatsvergunning voor het kalenderjaar 2020. Daarbij is het tarief voor recreatievaartuigen toegepast (€ 415).

In geschil is of het havengeld moet worden berekend naar het tarief voor sleepboten.

Dat is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet het geval. Het Hof oordeelt dat het havengeld naar het juiste tarief is berekend. Het in de verordening en de Tarieventabel gekozen heffings- en tariefsysteem is anders dan X betoogt niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en/of het evenredigheidsbeginsel.

Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
14 december 2021
Rolnummer
21/00505
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:11527
NLF-nummer
NLF 2022/0073
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0005416&artikel=229

X