Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(40)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(6)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Aan X (belanghebbende) is een voorlopige aanslag IB/PVV 2014 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.442, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 2.630.233 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 68.670. Aan belastingrente is daarbij bij beschikking een bedrag van € 14.001 in rekening gebracht. In geschil is of de belastingrente terecht en zo ja, tot het juiste bedrag in rekening is gebracht. X stelt dat sprake is van strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM (EP), artikel 7 EVRM en het zorgvuldigheidsbeginsel.

Niet in geschil is dat de belastingrente conform de AWR is berekend. De stelling van X dat de belastingrente zou moeten worden berekend over het saldo van de door haar verschuldigde IB/PVV en de aan de echtgenoot te verlenen teruggaaf IB/PVV, vindt geen steun in het recht. De Inspecteur komt in zoverre geen beslissingsvrijheid toe. Naar het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden is het zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden.

Volgens het Hof kan op het niveau van de regelgeving niet worden gezegd dat sprake is van schending van artikel 1 EP. De onderhavige heffing van belastingrente kan ook niet worden gezien als een individuele en buitensporige last, reeds omdat een nadere onderbouwing van deze stelling ontbreekt.

Van schending van artikel 7 EVRM is evenmin sprake. Belastingrente heeft niet het karakter van een sanctie maar strekt ertoe om geleden rentenadeel te compenseren.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
12 juni 2018
Rolnummer
17/00841
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:5364
NLF-nummer
NLF 2018/1503
Aflevering
12 juli 2018
bwbr0002320&artikel=30f,bwbr0002320&artikel=30hb

X